Yvette Guilbert
Voordracht Paul Verlaine

Diligentia

Een zeldzame vitaliteit straalt de pittige oude dame uit, die het record van Henry Bernstein nog met eenige jaren slaat, die onze vaders zich herinneren uit hun jeugd; voor een dergelijke vitaliteit neemt men vol respect den hoed af. Yvette Guilbert, die gisteren weer voor haar Haagsche getrouwen verscheen, verstaat bovendien de kunst om haar enthousiasme voor een bepaald onderwerp (ditmaal was het uitsluitend Paul Verlaine) over te brengen op de zaal, b.v. door een aanstekelijke manier van mededeelingen doen, met een sensationeel opgeheven vinger of een paedagogischen blik, om in een volgend moment plotseling al die wijsheid te schandaliseeren door een soort bruuske pret, die minstens even aanstekelijk is. Zulk een avond is zeer boeiend, en eigenlijk volkomen ontwapenend. Men kan zich echter achteraf toch nog de vraag stellen: hoe komt Paul Verlaine er af?

Voor Yvette Guilbert is (zij erkent het zelf) de dichter vrijwel identiek met den mensch; en in dien geest spreekt zij ook over het leven van Verlaine, in dien geest draagt zij zijn poëzie voor. Zij geeft een levendige causerie over Verlaines jeugd, over den grootvader, die een dronkaard was, over des dichters afhankelijkheid van zijn sensueele moeder, die hij adoreert, over zijn eerste liefdesavonturen, zijn kennismaking met den alcohol, zijn debuut met de ‘Poèmes Saturniens’. Zij gaat uitvoerig in op het drama van zijn huwelijk, op de tragische episode met Arthur Rimbaud, op de gevangenisjaren, op de bekeering tot het katholicisme, op het latere leven van Verlaine met de obscure vrouwen, waarop hij in zijn gedichten reageert. Zoo nu en dan geeft de onderhoudende spreekster een poging tot verklaring van dit wonderlijke bestaan (‘l'idée fixe de se purifier’, die Verlaine bezeten heeft), maar het pittoreske krijgt in haar verhaal toch steeds meer de overhand, ook, tenslotte, in de voordracht van de poëzie, waarmee zij haar causerie begeleidt. Yvette Guilbert dramatiseert die poëzie zóó sterk, dat zij den tekst wel eens even uit het oog verliest; men kan gereedelijk toegeven, dat de poëzie van Verlaine daartoe eenige aanleiding geeft, zonder er daarom geheel mee accoord te gaan. Poëzie staat ook verticaal op het leven, is niet alleen maar een verlengstuk van dit leven; dat geldt misschien nergens meer dan juist voor poëzie, die de menschelijke emoties zoo duidelijk weerspiegelt. Yvette Guilbert draagt sommige gedichten van Verlaine echter voor als waren zij éénacters.... en zij doet het goed; maar de opvatting blijft betwistbaar!

Men heeft bij het aanhooren van dit programma, waaraan mej. Renée Coppel als zangeres meewerkt, ook gelegenheid om zich eens rekenschap te geven van wat de ongeëvenaarde ‘muziek’ in Verlaines poëzie beteekent. Deze ‘muziek’ immers correspondeert volstrekt niet met de ‘echte’ muziek der componisten; zij heeft, als alle taalmuziek, haar muzikaliteit in zich zelf, zoodat een combinatie met b.v. Claude Debussy haar dadelijk van karakter veranderen doet. ‘Verlaine a mis son coeur musicalement à nu’: juist daarom is zijn poëzie zoo compleet, dat de verbinding met een compositie haar min of meer denatureert. De taalmuziek heeft haar eigen wetten, en ook bij een zoo geniaal ‘muzikaal’ dichter als Verlaine blijft de term ‘muziek’ toch een vergelijkend beeld, ontleend aan een andere kunst....

Met deze overwegingen is echter niets tegen Yvette Guilbert gezegd. Haar opvatting van den dichter-mensch is een mogelijke opvatting, en voor de geestdrift, waarmee zij die opvatting tot uitdrukking brengt in haar voordracht, geholpen door de middelen der ‘echte’ muziek, kan men slechts bewondering koesteren. Deze Verlaine, zooals Yvette Guilbert hem brengt, is het tegendeel van schoolsch en dood; hij wordt met alle middelen van een levendig temperament gepropageerd, en wat er uit zijn menschzijn te halen is, haalt Yvette Guilbert er ook uit. Geen wonder dus, dat haar succes uitbundig was voor de goed gevulde zaal van Diligentia; een succes waarin zij de zangeres Renée Coppel en de pianiste Irène Aitoff gul liet deelen.

M.t.B.