H. Marsman
aan
Menno ter Braak

[17 december 1930]

Beste Menno,

Hartelijk dank voor je spontane waardeering, waarmee je me heel veel genoegen doet. Ik betwijfel wel of jij de befaamde zenuw voor de befaamde poëzie bezit, maar als een reactie van ‘mensch op mensch’ (vergeef me [me] de humanitaire obscenitiet) is je oordeel me erg sympathiek. Wat Smit c.s. betreft: ik beloof je: in '31 zal ik ‘waakzamer’ zijn, al hoop ik dat ik het door dezelfde oorzaak niet zal zijn als dit jaar: ik was te voortdurend op eigen werk geconcentreerd om scherp op die zaken te letten.

Prisma of Dogma zullen wij plaatsen met een aanteekening eronder van D. Je opinie is onhoudbaar, maar een goed tegengif, zooals ik Breero (of liever: de publicatie ervan) inderdaad ook mede bedoeld heb als tegengif.

Prachtig dat je roman zòo opschiet. Ik ben er zéér benieuwd naar; evenals naar je opinie over ‘Vera’. -

Ik weet nog niet wanneer we kunnen komen. Ik word eigenlijk al te veel uit mijn werk gehaald. -

hart. gr.

je Henny

Nijhoff, en - vooral - R. Holst waren vól respect voor het ‘Carnaval’.

 

Ben je adres kwijt.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie