H. Marsman
aan
Menno ter Braak

[januari 1931]

B.M.

Onze hartelijke gelukwenschen met je ‘voorgenomen’ huwelijk! Ik hoop je echter voor dien tijd nog hier te zien. Denk je spoedig over te komen? - Ik vind Breero niet voluit slecht, maar zoo ongelijk, dat ik het als geheel inderdaad niet goed vind. Maar ik houd van het vers, wie weet ook om zijn gebreken! -

Bekommer je inderdaad maar niet meer om de ‘eeuwige waarden der poëzie’. Ik dacht dat we die ook al lang hadden afgezworen, ik in jouw voetspoor! - Wat nog even Breero betreft: een gepatenteerd vers-gevoelige als Donker vond het mijn beste gedicht. -

Ik heb hoop, dat enkele van onze romans behoorlijk gaan worden. Die van v. Wessem is bijvoorbeeld al goed. Grootendeels. Veel en veel beter dan ‘Celli’, dat een indruk geeft van hoe het was, voor hij er definitief in ging werken. - Maar serenitas is een mislukking. Las je dat? en, iets heel anders, de zaak Crump? Dat zal je bevallen! -

Nee, ik geloof werkelijk, dat er eenig schot in de zaak is gekomen, wat het proza betreft; en als we de theorie (ook die over ‘schoonheid en waarheid’!) en de critiek nu voorloopig [meer] met rust kunnen laten, - waarom zou er dan geen goed werk kunnen ontstaan?

adieu, ik hoop tot spoedig,

Henny

 

Origineel : Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie