Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Rotterdam, 26 maart 1931

R'dam, 26 Maart '31

 

B.H.

Excuseer mijn lange reactieloosheid, maar ik werd door de nogal ingewikkelde preparatieven van mijn huwelijk erg in beslag genomen. Nu zend ik je morgen ‘De onzekere’ (omgedoopt) en ‘St. Just’. ‘Hampton Court’ komt later, ik beschik momenteel niet over het complete handschrift. Er zijn n.l. drie hoofdstukken, de eerste, naar Coster, voor ‘De Stem’. Ik kon met het antwoord op zijn vraag niet langer wachten, omdat Nijgh & v. Ditmar er op gesteld is, dat publicatie van fragmenten voor augustus is afgeloopen. Zoodra ik nu de stukken van De Stem terugheb, zend ik je het heele boek en laat den redactie de vrijheid, er een hoofdstuk uit te halen voor de Vrije Bladen. In deze laatste zeven hoofdstukken zit m.i. het beste van het boek; dus hebben de Bladen dan toch in ieder geval het volgens den auteur ‘betere’ deel. (Ik heb ook nog een tweede manuscript, maar dat zit nu natuurlijk in de safe van Zijlstra).

Ik haal ‘Vera’ vanavond bij Zijlstra. Overigens heb ik er en passant al meer dan de helft van gelezen. Het lijkt mij ook allerminst een sterke roman, maar de lyriek maakt toch m.i. de publicatie in boekvorm absoluut verantwoord. Ik zou je willen adviseeren, het boek zoo uit te geven; omwerken lijkt mij onmogelijk, het juiste systeem is ‘au suivant’. Strijk de 1000 op: het is toch geen prul, alleen maar den groei van den geboren lyricus naar den roman! Mijn bezwaren betreffen hoofdzakelijk de psychologie en de theoretiseerende deelen, die vaak slecht zijn, rhetorisch zelfs. Maar geef het toch uit, zooveel is er in Holland waarachtig niet. En een boek, dat spanning verraadt, is nooit slecht, is ook in een half-geslaagden vorm de moeite waard! Als je het gaat omwerken, gaat de spanning, die voor mij de hoofdzaak is, er allicht af. Dit is nu wel tegen de theorie der poësie pure, maar mij is een werk uit een stadium van een levend mensch liever dan een helder en diep boven de tijden en beroeringen verheven meesterwerk à la Cheops! Schrijf eens, wat je besluit.

Met Slau schijnt het uiterst slecht te gaan. Bouws zou gisteren naar hem toe gaan, maar hij werd afgebeld, omdat hij te zwak was. Er schijnt groote kans te bestaan, dat het binnen een maand afgeloopen is.

Hart. gr., ook aan Rien,

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie