H. Marsman
aan
Menno ter Braak

8 september 1932

8/9-'32

 

Beste Menno

Ik hoorde in Brussel, dat jij daar zou komen en dat jullie ± j.l. Zondag vergaderen zoudt o.m. over de questie of jullie in het vervolg nog eenigszins-lange romans in hun geheel in vervolgen zoudt plaatsen (zooals Het Verb. Rijk) - of niet; en zoo neen: hoeveel afl. éen ding dan wèl in beslag zou mogen nemen. En wat werd er beslist omtrent Dumay en Vuistslag? (want ik sprak af met E. dat de mijne nu nog niet mee zou doen met die wedren, omdat hij niet af is-)

E. zou mij direct na de vergadering schrijven, spraken wij meen ik af, maar ik heb nog niets van hem gehoord.

Wanneer zou er event. voor mijn roman plaats zijn en in zijn geheel? Dit laatste is van erg veel gewicht, vanwege de duiten.

Ik heb in Normandië enorm geluierd, maar ben nu weer aan 't werk. Als alles meeloopt, is mijn boek midden October gereed. Ik moet dan misschien in R'dam zijn en kom bij je aan. Laat even iets hooren.

hart. je H.

 

P.S. Je kunt, event. samen met Bouws als ik je zeg, dat de omvang ervan ± 170 pag. van gemiddeld bijgaand tiksel bedragen zal.

Die pagina natuurlijk graag terug.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie