H. Marsman
aan
Menno ter Braak

13 maart 1933

13/3 '33

 

Beste Menno

Ik dank je zeer voor je brief en ik kan niet anders dan vrijwel volkomen ongelijk bekennen en jullie vragen mij mijn onvriendschappelijke uitval te vergeven. De feiten zooals jij ze ziet, zijn juist, met deze restrictie, dat jullie mij (ingeval Angèle door jullie wordt aangenomen) direct na Dumay, dus in Juli plaatsing had toegezegd. Bouws had dus niet moeten schrijven, dat die (waarschijnlijk) geaccepteerde roman van Elsschot het plaatsen van een reeks fragmenten van mijn werk uitsloot en jullie had mij, hoe nonchalant ik ook geweest ben met het inzenden van mijn roman, even moeten vragen of ik nu nog in Juli, Aug's, Sept. - aan de beurt kon komen of niet. Maar nu kan dat tòch, blijkt uit jouw brief, en mijn grief vervalt dus. De schuld ligt dus bij een kleine fout van Bouws, waarop ik inderdaad verkeerd heb gereageerd. -

Dat mijn veronderstelling van onvriendschappelijkheid bewijst dat ik graag (nog wel!) die veronderstelling wou maken, is niet juist. Ik vond het zelf een pijnlijke veronderstelling, maar zij leek mij, hoe lichtvaardig ze, vind ik nu zelf, in mij opkwam, de eenige op dat moment.

De diepere oorzaak van dit wantrouwen wil ik jou en Eddy wel zeggen, als je het voor jullie houdt: ik voel mij de laatste maanden, en in [nuchterder] oogenblikken zeg ik, geheel ten onrechte, verwaarloosd, tekortgedaan, door ongeveer iedereen. Ik ben door allerlei dingen, erg prikkelbaar, erg gauw gekrenkt, etcetera. Een vervelende toestand, die mijn uitval tegenover jullie niet excuseert, maar wellicht eenigszins verklaart. Dus nogmaals: neem mij niet kwalijk, en vergeet het snel.

Ik zond inmiddels een eerste fragment, dat hoop ik (in Mei) kan worden geplaatst. Wat ik verder graag in Forum wil hebben is nog altijd niet af. Ik stuur het zoodra het gereed is. Volgens mij is Angèle als geheel niet volkomen geslaagd, maar bij stukken zeer goed. Ik hoop dat jullie er althans voldoende voor voelt om het te nemen, hoewel ik van jullie geen enthousiasme verwacht.

Meer zul je voelen voor een volgend boek, mijn ‘Forum’-boek, een confessioneele ‘roman’ waarvan ik je zoo gauw Angèle af is, stukken zal zenden.

Stuur deze brief door aan E. anders moet ik het 2 x uitleggen. Zend hem ook, na lezing, het afschrift van een brief van mij aan ‘de Kring’, die ik dan van hem wel terug krijg - en dat hierbij gaat. Ik hoop zeer, dat jullie de zaak, die mij erg spijt, gauw vergeet.

hart.

je H.

 

Ik ben wat moe, en schrijf die brief aan de Kring morgen of overmorgen voor je over.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie