Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 13 november 1934

den Haag, 13 Nov. '34

 

Beste Henny

Na vele legenden over je laatste omzwervingen, maar geen positieve levensteekenen meer van je te hebben vernomen, eindelijk je brief uit Utrecht. Dus je bent er weer! Ik hoop je gauw te zien; desnoods kom ik naar Utrecht, als ik er even uit kan. Kreeg je mijn kroniek over ‘Porta Nigra’? Ik liet je die zenden.

Ik heb je inderdaad naar Weenen geschreven over Gründel. Ik meen Hauptpostlagernd. De briefkaart is niet terug gekomen; ook niet door jou ontvangen dus blijkbaar! Ik schreef je daarin, dat ik (in dit geval namens de krant) wel voelde voor het gesprek, maar het graag eerst toch even wilde zien om te kunnen beoordeelen of het in dien vorm voor de krant geschikt zou zijn. Maar nu je zegt, dat je ook v. Salomon hebt gesproken, zou ik veel liever een stuk (gesprek of gesprek-met-eigen-theorie) van je hebben over beide, met nadruk op v. S. Natuurlijk moet dan de concrete ontmoeting wel op den voorgrond staan, maar je kunt er je eigen opinies gerust door werken.

Voel je daarvoor? Dan graag nog deze week!

hart. gr. ook voor Rien en speciaal [ook] van Ant

je Menno

 

N.B. Kun je het stuk ev. typen?

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie