Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 27 februari 1935

den Haag, 27 Febr. '35

 

Beste Henny

Het lijkt erg onvriendschappelijk, dat ik je nog altijd niet antwoordde; maar het is zoo afzichtelijk druk geweest den laatsten tijd, dat ik niemand geschreven heb zoo ongeveer. Ik moet n.l. nu ook de filmrubriek opknappen, omdat Willink geschorst is. Etc. etc.

Over het duel ben ik niet zoo erg tevreden, voornamelijk om mijn eigen repliek, die ‘te laat kwam’; ik bedoel, dat voor mij het belang van de quaestie te veel af is; direct na het ‘Démasqué’ zou dit mij veel meer gelegen hebben. Enfin, voor de lezers was het misschien niet onaardig. En jouw artikel was het meest geïnspireerd.

Ik kan hier voorloopig niet weg, lacy, kun jij (of jullie) niet eens hier komen? Wij hebben een logeerkamer. Het zou voor mij de prettigste oplossing zijn momenteel, en ik wil je nu toch eindelijk graag weer eens zien en hooren!

Natuurlijk reflecteeren wij op je roman! Inderdaad is de afwikkeling van ‘Else Böhler’ primair, maar (altijd gegeven onze sympathie met den tekst) er is zeker voor een beknopte versie of fragmenten een gat te vinden.

Ik schreef ineens een tooneelstuk over de particuliere wapenindustrie: ‘De Pantserkrant’. Verschijnt binnenkort.

hart. gr. van ons beiden, ook voor Rien

je Menno

In Forum- Maart reageeren Eddy, Vic en Herreman op ons duel!

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie