Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 1 oktober 1937

Den Haag, 1 Oct. '37

 

Beste Henny

Jan Greshoff wordt pas het volgend jaar 50; Van Eyck wordt het vandaag. Het probleem is dus nog niet actueel, maar ik voel in het algemeen weinig voor huldebetoogingen op dien leeftijd. Wel voor vriendschapsblijken, maar dat is iets anders. Zestig lijkt mij pas een leeftijd om iemand als een afgerond wezen te beschouwen, hoewel ook dat (Van Schendel!) een leelijke misreekening kan zijn.

Nog niets van Thomas Mann gehoord. Ik ben wel benieuwd, maar zooals al gezegd, ik vrees het ergste, omdat de 19e eeuw hier toch wel een sterk overwicht heeft.

Van je Gorter-studie heb ik heusch niet te veel gezegd. Ik las het boekje in één trek uit, en onderging het werkelijk als iets definitiefs. Bovendien is het uitstekend geschreven. Neen, heusch, je kunt er trots op zijn. Deze man ligt je blijkbaar volkomen, terwijl je toch alle afstand hebt kunnen nemen.

Ik zond je mijn artikel over ‘Mass und Wert’, en een ander over Ortega. Ontvangen?

Merz is nog met die operette bezig. Het valt ons allen op, dat de omgang met die operette heeren hem weer erg Duitsch maakt; hij wordt een beetje flauw. Ik hoop, dat het over zal gaan.

Hart. gr., ook van Ant en voor Rien

je Menno

Bij een volgende keer krijg je een nieuw cliché!

Wanneer schrijf je over mijn ‘Christenen’?? En waar ligt je nieuwe verblijfplaats? Keine Ahnung.

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie