Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Zutphen, 6 december 1937

Zutphen, 6 Dec. 1937

 

Beste Henny

Ook nu van ons beiden gefeliciteerd met de donatie van den poëtischen nabob! Ik wist al lang, dat dit in de maak was en heb me zeer verkneuterd, maar er over gezwegen, tot je de contanten in handen had. Zooiets in orde te maken is echt iets voor Jan, die er zelf volkomen in opging. Ik had graag je gezicht willen zien, toen deze bom plotseling barstte.

Nu antwoord op je brief van 2 dezer. Inderdaad, er bestaat geen onmiddellijk verband tusschen Settembrini - Naphta en burger - dichter, maar dat heb ik ook niet beweerd. Ik kan je alleen ‘historisch’ deze verklaring geven: Settembrini en Naphta hebben bij mij voor het eerst de gedachte aan een ‘tweedeeling’ van het leven doen opkomen, met Hans Castorp als ‘middelaar’. Verder moet je het ook niet zoeken, want daarna is pas de langzame fermentatie van de carnavalsidee begonnen, die de beide oer-figuren volkomen onherkenbaar heeft gemaakt. Toch is de carnavalsmoraal (vergeleken bij mijn latere contact met Nietzsche) typisch de moraal van ‘Der Zauberberg’ nog: ‘das Leben eine infektuöse Erkränkung der Materie’. Deze gedachte heeft mij na de lectuur van het boek niet meer losgelaten, en in ‘Politicus zonder Partij’ werkt die ook nog na, op de bladzijden over de omkeerbaarheid der hiërarchie.

Het boekje van Teipe en v.d. W. (een zeer medioker pamfletje) zal ik je bezorgen en de kroniek erover zal ik op de krant trachten op te scharrelen. Welk artikel je bedoelt met dat stuk over de elite weet ik niet. Ik zal het trachten te vinden. Toch niet het stuk ‘Doodendans’, over de Spreuerbrücke te Luzern? Daar komt iets in voor over de elite, maar zeker niet iets belangrijks. Enfin, ik zit nu in Zutfen, maar zal vanavond nog in Den Haag zoeken.

Over Slauerhoff en Elsschot ben ik het in zooverre niet met je eens, dat ik van beide niet meer verwacht had dan ik kreeg. Slau is drakig en toch boeiend m.i. (er staan zelfs uitstekende stukken in het boek!), en Elsschot geeft een ander facet van Laarmans, dat ook niet verrassend is, maar toch zeker geen cliché - herhaling. Geen van beide hebben de veel bedenkelijker symptomen van Vestdijk's ‘Vijfde Zegel’, die wijzen op een stap naar het ‘vlijtige handwerk zonder noodzaak’. Als hij in die richting verder evolueert, is hij verloren. Zijn critieken in de N.R.C. worden ook steeds welwillender en slapper, vind ik.

Ik hoorde ook van Jan, dat je niet op de NRC zult reflecteeren. Ik kan je geen ongelijk geven; maar wat zullen we daar nu krijgen? Men zegt: Campert. Een zeer geschikte vent, maar reeds sterk aangetast door de Bloemsche ziekte, te weten het alcoholiseeren om de nederlaag te camoufleeren, die bovendien nooit een werkelijke persoonlijkheid geweest is. Maar noem mij een andere mogelijke candidaat. Ik weet er geen.

Hart. gr. 2x2

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie