Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 12 juli 1938

Den Haag, 12 Juli '38

 

Beste Henny

Dank voor je brief. Inderdaad verschijnt er in den herfst van mij een bundel essays onder den titel Gesprek met de Vorigen. Het zijn alle stukken uit Het Vaderland en Gr. Nederland, die je bekend zijn, maar zeer omgewerkt en streng ‘gekeurd’. De titel slaat op het feit, dat ik in deze bundel alleen stukken geef over menschen van vòòr mijn eigen generatie, dus van Erasmus tot Jan Romein. Bij het herlezen vond ik wat ik over mijn tijdgenooten geschreven had nog te voorloopig om te bundelen. Ik wacht er nog een paar jaar mee... als ik het ooit doe. - Dit boek hoeft je dus geen nieuwe gezichtspunten te openen. Ik heb het manuscript niet meer hier, want het is al bij Nijgh, maar de inhoud is ongeveer: Erasmus, Machiavelli, Diderot, Huygens, Rembrandt, Saenredam, Multatuli, Leopold, Gorter, Kafka, Pascoaes, Van Schendel, Benda, Gide, Th. Mann, Romein, stuk over mijn Dubbelganger, Couperus. Misschien vergeet ik er een of twee, maar dit is de hoofdzaak. Tot slot de Brief over het Individualisme aan Greshoff, die destijds onder den titel ‘Sans Famille’ in Gr. Ned. heeft gestaan.

Het naschrift lijkt mij in dezen vorm niet zoo geslaagd. Zou je het niet gewoon weglaten? Wat doet het er eigenlijk toe, of je een bepaalde kant van de ‘Christenen’ niet in je beschouwing betrekt? Ik zou in ieder geval niet deze halfslachtige toevoeging opnemen, maar òf het geheel zoo laten òf in een noot iets over deze quaestie te berde brengen.

Van vriend Stuiveling kreeg ik gisteren het ingesloten gekke briefje (graag retour bij gelegenheid). Ik heb hem geantwoord, dat ik te allen tijde van mijn uitlatingen rekenschap wil geven, maar niet op zulke schoolmeesterachtige ‘oirbaarheids’-verzoeken inga. Benieuwd wat hij nu zal doen. Maar deze reactie lijkt mij wel een duidelijk bewijs, dat ik hem geraakt heb.

Ik heb wel een boek in mijn hoofd, maar kan niet tot schrijven komen. Die geschiedenis met mijn zenuwen heeft mij niet voor niets te pakken gehad. Mocht ik plotseling dat boek gaan schrijven, dan wordt het totaal anders dan de ‘Christenen’. Maar ik wil voorloopig liever rusten en geheel op mijn verhaal trachten te komen.

Tot nader! Zondag reizen wij dus af. Schrijf naar Juan-les-Pins, de komende weken.

Hart. gr. van ons beiden

voor jullie beiden

je Menno

 

Welke Pascoaes vertaal je?? Het beste met je gezondheid!

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie