Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 3 april 1939

Den Haag, 3 April '39

 

B.H.

Dank voor je brief! Ik hoop dan een der dagen na Paschen naar Utrecht te kunnen komen. De Paaschdagen zelf brengen wij waarschijnlijk in Eibergen door.

De oplossing om de krant te verlaten en ergens in Frankrijk te gaan wonen, heb ik wel overwogen, maar ik geloof, dat ik ermee van den regen in den drop zou komen. Immers: dan zou ik copij moeten gaan kloppen voor mijn geld, stukken gaan schrijven, waar ik geen zin in heb (juist nu niet, na 5 jaar Vaderland), tijdschriften of kranten zoeken voor medewerking etc. Dat zou me stellig nog meer van mijn eigenlijke werk afhouden dan de krant. Neen, als ik er uit ga, moet ik minstens een half jaar compleet vrij zijn, anders heeft het geen zin. Ik zou geheel tot mezelf moeten kunnen komen, niet half, niets te doen moeten hebben met de halve letterkundige rotzooi in Nederland. De eenige mogelijkheid zou zijn, dat wij een van de laatste ‘stukjes’ van Ant op soupeerden, maar dat doe ik voorloopig liever niet, want ze komen mij niet toe en behoeven niet voor mijn belangen gebruikt te worden. Enfin, er zal zich wel eens een oplossing voordoen, hoop ik; maar liever niet dus van het copij fabriceeren!

Heb jij, nu je toch zoo in Nietzsche zit en den tijd aan jezelf hebt, soms lust een bloemlezing (vertaald) met inleiding ‘Uren met Nietzsche’ te maken? Van Eckeren heeft mij n.l. uitgenoodigd dat te doen, voor de Hollandia Drukkerij, die een nieuwe serie van die boeken gaat uitgeven. Honorarium  200. Ik heb v.E. geantwoord, onlangs, dat ik in principe wel wilde, maar vreesde geen tijd te hebben; en dat laatste praevaleert, zoolang ik althans aan de krant werk. Dus: als jij er iets voor voelt, wil ik hem graag voorstellen de invitatie aan jou over te doen. Schrijf mij hier spoedig over. Het is natuurlijk populariseerend werk, maar nog niet het gekste, lijkt mij, omdat je tenminste, behalve je eigen visie, de teksten kunt geven, die je representatief lijken.

O, rust, rust, rust! Geen polletiek en geen seizoenlitteratuur, zes maanden lang! Wat een ongekende heerlijkheid zou dat zijn!

Neen, het bestaan van de V.Bl. is van geen belang; maar is, op dit gebied, iets van belang? Zoo ja, dan ook weer het bestaan van de V.Bl., waar ik dit jaar Van Lier en Van der Veen in kon publiceeren en Gomperts, Bruning en Vasalis in hoop te publiceeren. Vergeet bovendien niet, dat ik zeer lang geaarzeld heb om die redacteurstaak op me te nemen; het geschiedde via Jan Greshoff, en tenslotte leek het me toch wel aardig. Aardig, dat is het goede woord.

Hart. gr. ook voor Rien

en van Ant

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie