Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk [Zutphen]

Eibergen, 7 januari 1924

Eibergen 7.I.24

zoo oud reeds!

Hartsvriend

Mijn dank voor je briefkaart en de daarin weer opengestelde visioenen van bouillon en eigendenkelijke uitbouw, al dan niet doorhegeld. (Ik voleindigde gisteren de ‘Grundbegriffe’ van Wölfflin en Hegeltje ligt klaar, slechts een onverzadiglijke luiheid van schedeschoensport belet mij de opening.) Terzake: ik kom natuurlijk graag, maar de patria potestas, cum amore natuurlijk en sine flagello, dwingt mij hier tot Dinsdag te blijven. Maar dan ook scheurt mijn hart de provinciale boeien en Dinsdag a.s. 1.48 buk ik mij uit een IIIe klasse portier om den zedeloozen Atlas weer te aanschouwen. Moge het dan weer zacht en liefelijk weer zijn; het ijsspel hangt mij al ter kele uit. - Ik zal een bezoek moeten afsteken bij de predikant Faber, om een debat over het katholicisme en het bestaan van Jezus te voleindigen en hem een ongelezen brochure van Fr. van Eeden terug te geven.

Maakt vriend Japikse het nog altijd goed? Ja, ja, dat is een héél gewichtig deel onzer gewichtige studie vóór het candidaatsexamen! ’t Is toch een mooi vak en ’t doet, o, zoo goed, vlijt met een goeden uitslag bekroond te zien en dan geen bliksem op historisch gebied uit te voeren.

Vele denkproblemen zijn in deze hersenen al ruw gemodelleerd, wachtend slechts op de vormende werking van den contrapolairen geest.

De zin van dezen barokken briefkaart is dus:

Ik kom 1.48

Dinsdag 15 jan.

t a t Menno

 

Groeten aan ouders en Friede. M.

 

N.B. Ik ga ook weer weg; denk over Zondag of Maandag. M.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie