D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak

[Zutphen], [24 juni 1924]

Dinsdagmiddag

 

Beste Menno,

Ik ontving vanmiddag je brief met de, onverhoopte, uitnodiging. Je weet niet, hoe graag ik kom. Mij schikt het het beste de volgende week; dus van Maandag tot Donderdag of Vrijdag.

Hoe discreet je ook in je brief je uitlaat over de kwestie, toch moet ik er - en begrijpelijk, bij zoo weinig oriëntatie - een tekort aan juist begrip uit distilleren. je ziet alles te eenvoudig, nòg te eenvoudig. Vergeet niet: als het nù niet gebeurd was, had het een andere keer kunnen gebeuren, maar binnen niet al te langen tijd was er niet meer aan te ontkomen geweest. Onze verhouding was er rijp voor. Friede vindt het zelf ook. Ik sprak haar deze week drie keer. [-]] zoo goed als dat ging - dat ik van [-] houden, is stellig nog [-] konsekwentie: of die [-] deelen, en of zij de [-] voor hen afzonderlijk [-] kunnen bepalen en eerbied [-] ‘praktische’ moeilijkheden [-] kant moeten worden opgelost. En [-] Friede missen zal ik nooit kunnen. Het verleden moet, als dat geestelijk noodzakelijk is, geen beletsel zijn tot (anders) verder leven; maar datzelfde verleden is niet een beminnelijke herinnering - zonder - meer, doch een deel van onszelf, en diep ermee vergroeid. Ach, dit alles heb ik ampel doordacht en zoo goed dat kon, nuchter onder ’t oog gezien. En toch heb ik dit moeten doen. Of het duren zal? Daar denk ik niet bij. Dat het met F. had kunnen duren - dat kan ik, overtuigd, ontkennen. Wel te verstaan - in dit schema van liefde-beleving. Het moest verplaatst worden.Van ‘weggooien’ (waarvan je schreef) is geen sprake! Als het een noodzakelijk moment is in de lijn van zelferkenning (welk moment is dat niet?) dan is er zeker nu van ‘onbedacht weggooien’ geen idee. En aan wie dat is? Is dat niet altijd toeval - maar noodwendig en dus: gelukkig [-] geluk is geen stabiel blok [-] de wisseling der momenten [-] tot we ons ervan bewust worden [-] gemeenlijk te eenzijdig leeft [-] dat men het andere wil [-] de illusie van geluk in het [-] behouden en aankweeken. Dat is lafheid! [handschrift Ter Braak:] (Et voilà la faute !!!)

Tot maandag. Groet allen hartelijk van me.

Zelf een stevige poot

van je Dick.

 

Dinsdagmiddag

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie