D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak [Eibergen]

[Zutphen], [3 september 1924]

 

Nemo saltat sobrius. H.

 

Vriend in den Heere, Broeder in den Nood!

Met van alcohol trillende vingeren eisch ik Uw komst op 6 September en niet op 8 dito. God betere me! Eén dag! Neen, nooit. - Bloedroode wijn suist in mijn hoofd.

O jongen wèg bronnen... De nacht is mijn bijslaap. Zij tast. Maar voor dat het zingen begint in de Kerk, Heer, eruit! Besnard wekt mij om 9 uur.

O en de schaamte -

de dag.

en Uw liefde die als ijs is om mijn verwaterd hart.

Aju!

D. -

 

Anderhalve dag later

 

Ik laat de ommezijde maar staan, voor wat het is. Maar in ernst: Kom liever Zaterdag, 's avonds desnoods. Dan is het tenminste eenigszins de moeite waard en wordt ons nog eenige tijd tot spreken gelaten. Dat zal je apenliefhebbende mama toch niet te overdreven achten, hé.

Wat de fl 10 - aangaat, nee, stuur maar niets. Ik kan dat, denkelijk, alleen wel aflossen. Er kan absoluut niet voor 11.25 opgezoopen zijn, want zoo nu en dan betaalde ik zelfs een gulden. Hm!

Heb geen angst voor Greetje. Elk greetje heeft haar gaatje, zooals elk huisje zijn kruisje!

Wees zoo beminnelijk om, in de ‘zon’nige huiskamer op mijn komst naar Amsterdam, aan te dringen. Het wordt me hier te machtig. Ze willen, dat ik door middel van oom Henk (you know!) boeken uit A'dam toe laat zenden, om mij zoo lang mogelijk hier te houden. Zeg iets van: helpen voor P.C. met tooneelverslagen of zoo; ik verlang er dan ook werkelijk naar om eens met je mee te gaan, in onze cultuurstad, naar de schouwburg. Ik verlies alle contact met het levend intellect. Kom dus Zaterdag i.p.v. Maandag; het wordt tè zwaar.

Poot.

Gr.v. & a.

Dick

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie