D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak [Eibergen]

Zutphen, 18 juli 1925

Z : 18/7 XXV

 

Mon cher ami.

Allemachtig graag. Je zult mij as. Dinsdag, waarschijnlijk vroeg, zien arriveeren. Vanavond ga ik een atelierfeest meevieren bij Johan Buning. Hoe dat alles in elkaar zit (het is n.l. een consequente voortzetting van verhoudingen en situaties, die in Hamdorff zijn begonnen, nà het feest), vertel ik je. Er zijn aardige dingen bij. Bovendien moet ik Maandag spreken met van Looy over de v/d Bergh-bundel, die nu toch, ook apart, zal worden uitgegeven; en met van Wessem over het VB-No: Marsman n.l. moet plotseling naar de Ardennen (gelukzalige!) en, Roel is op reis (kreeg 5 mnd. bij zijn doctoraal). Hoe was de dag bij van Vriesland? En Wegener? Waarom schreef je niet eens? Vordert dèr Mouw? - Ik ben nog, verleden week, in den Haag op stap geweest met Nijhoff en Plasschaert. Verder in Noordwijk dagelijks bain-mixte genoten; letterlijk genoten: françaises in rose badmantels, ay!; gedanst in ‘Huis ter Duin’ etc. Maar niets evenaarde den Zondag na het midzomernachtsfeest. Amuseerde jij je daar eigenlijk. Met bewustzijn spraken wij elkaar daarover niet. Jij was 's nachts ook, geloof ik, in de granen!! Enfin, genoeg te kletsen, volgende week. En te werken, ik tenminste: die week in Leiden deed ik, behalve het definitief redigeeren der ‘Inleiding’, - niets. Nu studeer ik Kant, en word weer hyper-relativist van al die filosofie. Het is fataal voor mij.

Hartelijke groeten aan je familie en huisgenooten.

Pootje (peau de suède) van

Dick

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie