Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk [Zutphen]

Eibergen, 14 augustus 1925

Eibergen.14.VIII.'25

 

Amicissime

Je begrijpt er natuurlijk niets van, dat je niets van me gehoord hebt, na de haastige notitie onder de drukproef, die je zeker wel bereikte. De reden is, dat ik, nauwelijks in Engeland, een vrij heftige aanval van nervositeit, met eenige physieke bijverschijnselen, kreeg, waardoor ik naar Holland terug gedreven werd. Later doe ik je het verhaal wel omstandig; het is nu nog steeds vrij onaangenaam het weer nauwkeurig te herhalen. Ik zag in ieder geval Cambridge nog even, kreeg het in den trein naar Londen nogal erg te pakken. De zeereis, heen en terug, was absoluut vrij van zeeziekte, zoodat daarmee geen verband kan bestaan. - Mijn vader heeft me nu eenige dagen rust voorgeschreven, waarvan ik er eenige in den Haag bij mijn oom Huizinga hoop door te brengen. Ik kan dan altijd nog zien, of ik nog een reisje naar Londen aandurf; want, zeer terecht geloof ik, meent mijn vader, dat het mijn wel eenigszins geschokt zelfvertrouwen ten goede zou komen, als ik het na een paar dagen rust, nog eens waagde. Ik kan niet anders veronderstellen, dan dat de drukte vóór en tijdens de reis, tegenover mijn psychische eenzaamheid, de oorzaak van het geval was. - Op mijn terugreis kon ik in Amsterdam niet op mijn kamer komen, doordat de afwezige ploerterij de deur op geheimzinnige wijze gesloten had. Ik moest daar van ± 8 tot 2 uur wachten, was dus zeer dankbaar, dat ik Wybo tegenkwam, die me, allemachtig aardig, trouw gezelschap hield. - Ondertusschen heb ik in Engeland eenige penarievolle uren doorgebracht.

In Eibergen stuitte ik nog op de verrassing van den cycloon. Borculo is een afgrijselijke ruïne; misschien zag je het al? Hier kregen ze ook nog een flinke dosis mee; ettelijke bomen gingen er aan, maar het is niets bij Borculo vergeleken.

In A’dam probeerde ik tweemaal zonder resultaat Henny op te bellen. Ik kon dus verder niets in het belang van de Distelvinck doen. - Bij de redactievergadering in Soeren waren alleen ik, Korthals Altes en F.V. aanwezig; het onthaal was zeer gastvrij; de Fontaine’s zijn aardige lui.

Ik heb tot nu toe nog erg onder den druk van mijn mislukte reis gezeten; kan er hopelijk op een of andere manier afkomen. Schrijf me eens; tot Woensdag a.s. ben ik Irisstr. 10, den Haag. Misschien daarna, als ik voldoende bijgekomen ben, nog naar Londen.

Je vergeeft me nu wel, dat ik het hier maar bij laat; binnenkort meer. De heele familie hier laat je hartelijk groeten. Dank ook ouders nog eens voor hun gastvrijheid; ze zullen mij ook al wel van ondankbaarheid beschuldigd hebben.

Zelf een hart. poot van je

Menno

 

Wat moet er in deze stemming van Adwaîta terecht komen!

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie