D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak [Eibergen]

[Amsterdam], 13 december 1925

13/12-'25

 

Wapenbroeder met het prikzwaard!...

ik geloof, dat als je nú, d.w.z., nu de tijd rijp is blijkbaar, doortast, een zeker ‘Heer’ cocu wordt. Wat je me over het optreden, over de sfeer e.d. schreef, lijkt mij onbedrieglijk te wijzen op ‘wel-willendheid’. Toch vind ik het raadzaam niet krachtdadig in te grijpen, alvorens er over ‘de kwestie v/d brief die niet kwam’ is gesproken. Ik begrijp niet, waarom je dat niet meteen hebt gedaan. Maar blijf op je qui-vive, want zooals jij, met andere intonatie, zegt: het is een vrouw!; wees onder deze omstandigheden en juist omdat ‘dit pas een vrouw is’ uiterst behoedzaam. Doe geen dwaze dingen in je nervositeit. Want je lijdt onmatig aan ‘abnormaliteit’, getuige je dateering 13 terwijl het Vrijdag de 11e was, getuige het feit, dat je brief gefrankeerd was met een postz. van 72 ct., en last not least: je schrijft het zelf, zij het dan ook tusschen haakjes. Hou je dus taai. Maar begin!; laat de wederzijdsche verlangens niet te veel onbevredigd! - Mijn ziel is gansch verscheurd en ik voel me onzeker en drooggelegd. Knijp hem nog steeds en bijwijlen met een beangstigende hevigheid, die visioenen van een lang niet prettige naaste toekomst oproept. Bid voor me, nogmaals: bid hartstochtelijk! Verder werd ik vanavond op het Leidscheplein ‘aangefloten’ door 'n meisje; keek om en wie?: 't peperkorreltje Greetje. Zij is tegenwoordig in A'dam en solliciteerde naar bezaaïng; waar ik niet op reflecteerde aangezien ik van zulke vrijgevigheden voorloopig genoeg heb. En ‘filosofeeren’ moest. - ‘Erts’ nog steeds niet verschenen; nu Dinsdag. De schoft van Looy liegt tot het gedrukt staat, varieerde Kelk geestig. Dinsdagavond Red-verg. Vr.Bl. Ik zond, na lezing, je stuk door naar van Wessem. Op enkele kleinigheden, die in een event. drukproef zijn te verbeteren, na acht ik deze vorm aan de bedoeling en de materie van de novelle, adaequaat. Je hebt overigens een kans, dat de anderen het niet ‘modern’ genoeg vinden; zij hebben de neiging v/d 1e jaargang weer opgevat: exclusivisme, strengheid, provoceeren van uitsluitend modern werk etc. Wat mij betreft: ‘De handelsreiziger’ is beter dan ‘Martyrium’; geslotener, al heeft het veel van 'n zwakke Houwink. Dit is breeder, vooral ruimer, maar minder strak, minder nerveus ook. Ik zal mijn best ervoor doen. Het ‘Robbersje’, dat in 't Jan-no zou komen, vind ik om je de waarheid te zeggen lang niet giftig genoeg. Ik sluit het hierbij in: werk het om, als je komt tot een geestig Marginalium. Stuur tegelijk Teirlinck, al weet ik niet of 't nog in dit No kan. Lees Ritter in de spreekzaal v/d Groene: 't is werkelijk ongelooflijk van omslachtige luchtledigheid. En Herman de Man, die de namen noemt van de gunstige uitzonderingen: 't is om te bulken!

Je moet van de ‘Kringers’ de hartelijkste groeten ontvangen. Ik stop nu van wege de filosofen. Schrijf me nog eens gauw hoe de ‘zaken’ loopen. Graag. Ik wou dat mijn zaakje, d.w.z. Elientje zaakje, ook maar ‘liep’... ik vrees, ik vrees!

Nou, beste kerel, veel geluk; een stevige poot van

je Dick

 

Groet ouders etc.!

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie