D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak [Eibergen]

Montigny-sur-Loing, 2 augustus 1926

Montigny–sur-Loing

II août. 1926

 

Beste Menno.

Laat mijn dank voor je twee brieven de tolk zijn voor mijn schaamte over d'eigen epistolaire nalatigheid. Overigens zou je die mij graag vergeven, als je eenige notie had van ons leven hier, ons gedrag (wan-gedrag) in Parijs, onze stemming na dien. Want wij, vooral Henny, lijden hevig aan volslagen verzwabberdheid. En dat in een omgeving van zon en stilte, van paradijselijke zaligheid, wat het contrast van innerlijke ellende en uiterlijke volmaaktheid pijnigend en martelend doet zijn.

Ons plan is dan ook om over eenige dagen, als we lichamelijk wat zijn uitgerust, en feestelijk zijn geëquilibreerd, weg te gaan. Eerst een paar dagen naar Chartres, dan naar Holland. Brr! H. gaat wellicht (als zijn geld en gezondheid het toelaten) nog naar Bretagne. Ik zeker niet: wat ik me van werken had voorgesteld is hopeloos mislukt. Het huis-houden kost ontzettend veel tijd, vooral door onze onervarenheid. - Ik schort verder alle (dat zijn er vele) anecdotische bijzonderheden over het land- en stad- leven liever op, om het je later te vertellen. In Parijs gingen we uit met C. Vos, Cingria, een Armenisch professor, en een Italiaansch dichter. Veel geld opgemaakt, de nacht grootendeels doorwaakt en gezopen...!! We zijn dood-op en nerveus; H. bovendien ziek van verkoudheid. - Sterkte met je stuk. Ben zeer benieuwd. Schrijf maar niet meer hierheen. Deze week nog ben ik in Z.

Hartelijke poot, ook van H.

je Dick

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie