Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk (Amsterdam)

Berlijn, 17 januari 1927

Berlijn den 17.I.1927

 

Beste Dirk.

Uit het overigens betreurenswaardig feit, dat Pawlowa heden niet wenscht te dansen, kan ik deze goede munt van een eenigszins uitvoerige brief slaan. (Ik had gedacht, me eerst nog met een briefkaart tevreden te moeten stellen; voor je eenigermate op orde bent is het beestachtig druk.) Overigens een voorspoedige reis gehad en wat dies meer zij. Ik voel mij al weer ietwat mofsch aangedaan. De omgeving is merkwaardig. Ik heb n.l., wat ik trouwens al vermoed had, ontdekt, dat ik in vijf jaar verdomd veel veranderd ben en dat mijn zeer dierbare gastvrouw niet de minste erotische attractie meer op me uitoefent. Omgekeerd, meen ik, is het echter anders en dat maakt de situatie een weinig Shawesk (Mensch en Oppermensch). Ik ben echter langzamerhand in het vrouwenavontuur wel zooveel getraind, dat ik me hier, naar ik hoop, uit kan redden. Het is verder een prettige en ook nogal intelligente vrouw en ik heb hier een uitstekend huis, zelfs een heel wat beter bureau dan in Amsterdam. - Het is om je soms dood te lachen: gisteren charlestonde ik hier, alleen, met vijf vrouwen van de meest verschillende leeftijden (waaronder bliksemsch aardige, echter nog met het consigne: afblijven!). De bibliotheek heb ik, zooals je je kunt denken, zelfs nog niet van buiten gezien. Ik denk er Woensdag ‘eens te gaan kijken’. - Gisterenavond aanschouwde ik Valeska Gert: ‘gesprochene und getanzte Grotesken’ (was het gesprochene er ook in Amsterdam bij?; dat was niet onverdienstelijk). Met je oordeel ben ik het geheel eens; ik zal het iets populairder en algemeener en in verband met Pawlowa nog eens in de ‘Groene’ beipflichten.

Deze stad maakt overigens, in tegenstelling tot Parijs, den indruk van een absoluut zondig Sodom. De revue ‘An und Aus’ zegt al genoeg! Ik wil dat ook eens zien, verwacht echter geen erotisch genot van die zwijnderij. Er is sedert de inflatie niet veel, uiterlijk, veranderd, behalve dat de schouwburgen en bioscopen horribel duur zijn. - Ik schreef vandaag een briefje aan Picard, den vriend van Arthur en hoop binnenkort iets van hem te hooren. Van Annie hoorde ik pas, dat de operatie meegevallen is. Mooi zoo! I 10 heb ik nog niet ontvangen; ik weet niet, of het misschien eerst naar Eibergen gezonden is. Ook de ‘Telegraaf’, waarop ik hier een abonnement nam, zal nog wel een dagje uitblijven: maar dan hoop ik getrouwelijk een studie van je berichten te maken. Hoe gaat het overigens op je bureau? Schrijf daarover ook vooral. Veel post zal ik, nu in ’t bijzonder nog, zeer apprecieeren. -

Aan Jo heb ik vandaag een eerste briefkaart gestuurd, terwijl ik al vellen vol aan haar had kunnen schrijven. Ik moet voortdurend aan haar gevangenschap in Neede denken, als ik hier door de straten loop. Zij houdt me, met Leopold, in portretvorm op mijn bureau gezelschap; maar het is wel een schamele vergoeding voor wat, in een wereld buiten deze ruimte en deze tijd, had kunnen zijn. Weet je nog de duisternis van den Needschen weg, op onze wandeling terug? Dit wordt me meer en meer een symbool.

Hoe stond het met de Bladen Zaterdag? Houd me vooral van alles op de hoogte; ik blijf graag gedeeltelijk in Amsterdam. Heeft de Nieuwe Eeuw nog iets gezegd?

Nog iets, lach niet: ik houd kas! Zooals je weet, op voorstel mijner tante. Alleen zal ik geen enkele, maar dan ook geen enkele poging doen Debet en Credit met elkaar in overeenstemming te brengen.

Nu, beste kerel, schrijf gauw eens. Veel succes met je werk, van mij merk je binnenkort wel weer iets.

Hart. poot van je

Menno

 

Groet Emmy, en Arthur, als je hem soms mocht opzoeken.

Let er even op, dat mijn Postbezirk veranderd is: Admiralstr. 18A S.O. 36 niet 26

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie