Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk (Amsterdam)

Berlijn, 28 januari 1927

Berlijn den 28. I 1927

 

Mon cher,

ook zonder je gelukwensch, die hedenmorgen aankwam, zou ik je vanmorgen geschreven hebben, om het te bejammeren, dat je prullaria-om-den-broode over operettes met ‘BK.’ moet onderteekenen en een uitstekend geschreven stuk als dat over Jannings anoniem moet laten verschijnen! Ik las het laatste gisterenavond en constateerde aanstonds uit wendingen, woordenkeus etc., dat het van jou moest zijn. Hulde, ’t is een goede Janningskarakteristiek, veel te goed voor de krant. Maar in godsnaam, de centen kleeden. - Maar nu, zonder gekheid, eerst dank voor je beide epistels. Ik dacht wel, dat je door drukte geen tijd had gehad te schrijven op 26 en miste desondanks je brief onder een stapel andere, waaronder een interessant philosophisch document van oom Nico en een (toevallig) stel aanteekeningen van Henny Marsman (+ uitknipsel ‘Nieuwe Eeuw’). Je hebt dus Mozart gespeeld, zij het in eenigzins andere dan den gebruikelijken zin! En daarna bezopen! En dan Jannings! Netjes. - Het boek, dat ik je zal zenden, is Kaiser’s ‘Gas’. Je hebt dat immers niet? Ik moet het nog krijgen van Picard, bij wien ik mijn librairische lusten kan botvieren; hij bezorgt me alles goedkooper, zoo ook de ‘Querschnitt’. Ik was laatst bij hem; een zeer sympathieke, rustige vent, een typische vriend van Arthur overigens, edel-communist, vertegenwoordiger van verschillende boekhandels in Berlijn. We hebben voor vanavond een afspraak in het Romanisches, dat ik tot op heden alleen nog maar van buiten zag. - Mijn werk schiet op. De bibliotheek heb ik nu al rijkelijk betreden; het is een enorme tempel vol moffen. Van een dergelijke leeszaal heb je geen idee; een geweldige, religieuze, belachelijke-want-wetenschappelijke gemeente van vossende menschen, allen emaneerend uit een allerminst goddelijk middelpunt, werkend aan een miniem vakje natuurlijk; de vorm is ongeveer zooiets

illustratie

waarbij de streepjes alle bureaux ministres zijn, waaraan men werkt. En dat ter grootte van een dom! Een koepeldak etc. Maar de zaak is voor Otto III compleet, tot op heden. Soms kan ik me zelfs voor hem enthousiasmeeren, als ik me daar bevind; maar ben ik ’s avonds weer uitgeweest, dan denk ik er niet meer aan. Ware wetenschapsindividuen zijn we niet! (Van Brugmans had nog nooit iemand hier gehoord; Huizinga is algemeen bekend door zijn ‘Herbstzeit des Mittelalters’.) - Om nu maar eerst nog even bij zakelijkheden te blijven: ik zag weer van alles. ‘Metropolis’ is inderdaad een pompeus prul, al tracht Jordaan zijn Fritz Lang in de ‘Groene’ nog de hand boven het hoofd te houden. Dit is de waanzin van het doode beeldvlak; ik schreef erover voor I 10. Alles is er bij gesleept en er is zelfs een roman bij geschreven!! Het grapje duurt 2½ uur. Ik zag echter een goede film met Elisabeth Bergner (uit ‘Nju’), ‘Liebe’, naar Balzac; libretto niet veel, maar Bergner is een uitstekende filmactrice, ze heeft iets van Hans van Raamsdonk. - Over Pavlova en Gert heb ik voor de ‘Groene’ geschreven, echter nog geen proef ontvangen. Maandag zag ik ‘Major Barbara’ van Shaw, een gijnig stuk, maar met alle Shaweske fouten ook; gisteren ‘Grabmal des Unbek. Soldaten’, eigenlijk nog het beste, van wat ik hier ging zien. Misschien schrijf ik erover voor de Bladen. In ieder geval beloof ik een stuk voor het Maartnummer; maar eerst zou ik graag proef hebben van mijn entrefiletje over Frans Hals. Dat was er toch? Ook ontving ik prompt ƒ 10,50 van Querido! We zijn er wel op vooruitgegaan, blijkt uit alles. - Ik maak hier ook typische mofsche dingen mee. Zoo heeft de politie mij ingeschreven als nooit eerder in Berlijn geweest... omdat ik in hun archieven onvindbaar ben; terwijl ik zelf verzekerde er wel geweest te zijn! Mij een zorg overigens. En Zondag accepteerde ik een invitatie van een ambtenaar-anciën-régime, duitsch-nationaal, met alle aankleve van dien. Hij begon zich omstandig tegenover mij te excuseeren, dat er hier een republiek was, terwijl wij een koningin hadden etc. Het heele feest trouwens had ik voor geen geld willen missen; om je te bez(w)ijken! Militair geregeld; dikke, onderdanige vrouw, charlestonnende en derhalve telkens berispte dochter. Fraai. -

Nu nog iets over het hart, van jouw confessies keek ik op. Bij de goden, wees voorzichtig. ‘Vrijblijvend’ is, althans voor mij, nog nooit iets geweest in dezen. Maar ja, hierin moet je tenslotte alles zelf regelen en is zelfs het advies van de beste vriend overbodig. We kunnen alleen steeds weer constateeren, dat geen vrouw, in één bepaald opzicht dan, de vriendschap kan vergoeden, de beproefde en ongegêneerde mannenvriendschap. Deze nieuwe visie op Ella blijft me voorloopig vreemd en het spijt me daarom ook, dat ik nu in Berlijn en niet in Amsterdam zit; want briefmatig zijn deze contacten moeilijk bij te houden. - Van Jo kreeg ik alleen nog maar een briefkaart, met photo van haar in de sneeuw; ik had n.l. mijn adres niet duidelijk opgegeven; en zoo wacht ik dezer dagen een brief, die ze me daarom nog niet heeft gezonden. Je wensch speciaal voor dit levensonderdeel, het belangrijkste, is in zooverre toch al in vervulling gegaan, dat ik haar eigenlijk geen oogenblik vergeet. Gelukkig geeft de stad een an sich secundair-erotische afleiding; want, geloof me, (dit is dan waarschijnlijk een temperamentsonderscheid tusschen ons), het is me godsonmogelijk, daarbij nog iets met de vrouw des huizes te ‘doen’. Daarvoor zou noodig zijn dronkenschap en liefst nog een andere, veel willekeuriger vrouw. Misschien overkomt me dat in deze maanden nog, daarvoor sta ik niet in.

Ik kreeg ook Gerard Bruning gisteren. Merkwaardig, die dingen hier plotseling weer onder oogen te krijgen. Hoe staat het met ‘Erts’? Zorg je, als het verschijnt, dat ik hier een exemplaar krijg? Van Looy zal dat ongetwijfeld vergeten.

Maandag ga ik naar de première van ‘l’Histoire du Soldat’, waarin Gert de prinses danst. Zeer benieuwd naar een vergelijking met de amsterdamsche opvoering.

De volgende week wel weer iets. Succes met het werk. En het beste met het hart en omgeving!

Poot je

Menno

 

Was je al bij Stoett? - Schrijf even, of deze en ‘Gas’ overkwamen! Het laatste kan nog een dag of wat duren.

Krijg juist proef van v. Wessem. Dat is dus in orde. En een pakje van Jo!

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie