Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk [Zutphen]

Amsterdam, 29 september 1927

29 September 1927,

 

Beste Dirk

Dank voor je kaart. Ik verrek van de ambtenaarsdrukte, het is geen leven, dat Cavalcanti mij bereidt. We spreken elkaar dus Zaterdag weer. Voorloopig afspreken eten, tenzij we met Cavalcanti ergens te eten gevraagd worden, hetgeen niet waarschijnlijk.

Bep vraagt je, voor de N.R.Ct. een ‘men schrijft ons’ te maken; zij is in Brussel. Daarvoor hierbij een plaatsbewijs, dat met je invitatie, die je als lid al ontving, als toegangsbewijs dient. Ik sta als Liga-portier aan den ingang. Ik regel de zaal, alsof het bij Klaassen in Eibergen was. Zoo heb ik een aardige vrouw naast je gezet; het blijft een verrassing wie.

Tot Zaterdagmiddag half drie dus! Een programma kun je in de zaal krijgen; het is nu nog nat. Als Cavalcanti niet komt, is de blamage werkelijk niet te overzien. Maar hij zál komen!

Hart. poot,

gr. aan ouders

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie