D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak (Amsterdam)

Baarn, 3 februari 1929

Baarn: 3 – II – '29

 

Beste Menno. -

Je brief, die maar al te duidelijk deed blijken, hoe de ‘impasse’ waarover wij - zij het snel en vluchtig - den laatsten keer in A. spraken, nog steeds niet overwonnen is, maakt mij bezorgd. Ik weet aan den eenen kant te weinig en anderzijds te veel en te goed al die moeilijkheden die je leven op het oogenblik belagen, om op een of andere manier je te kunnen helpen of raadgeven. Bovendien zijn raadgevingen altijd onpsychologisch en dus onjuist. Ik zou je kunnen zeggen: breek. Hoe dan ook: breek of dóór - naar jouw kant, eischend, - of àf, naar beide kanten, je op en in je werk concentreerend en isoleerend. Maar red je in elk geval uit deze, voor jou op den duur funeste en enerveerende onzekerheid, uit dit halfslachtige, al is het je ook nog zoo dierbaar en, misschien juist in dezen vorm, onmisbaar geworden. Denk aan jezelf en niet in de laatste plaats: deze verhouding zal toch tenslotte je zenuwen aantasten zóó, dat de groeibodem voor ‘iets anders’ gedurende geruimen tijd ondermijnd wordt. Máár... we moeten eens uitpraten, al betwijfel ik of dat je ook maar tot eenig besluit zal weten aan te drijven. Nu wil het ongelukkig toeval, dat, hoewel ons huis volkomen en uitnemend bewoonbaar is - wij zijn enthousiast - een logeerkamer ons voorloopig zal ontbreken: er is nog een bed noodig (en dat zal dan juist op de gunstige dagen, Ztd. en Zondag, wel door Beer worden beslapen die hier natuurlijk vaak zal zijn voor Edo); en ten tweede moeten wij, gezien ons arbeidersloon, de gastvrijheid tot het alleruiterste beperken. Zie dus eens een Donderdag te komen. Dan ben ik 's middags en 's avonds vrij. Dat is tenminste de moeite waard.

Alles gaat hier goed: huwelijk, werk, alles. Dinsdag begin ik met mijn reeks voordrachten over en uit de poëzie van '80 tot heden. - Wat de Bladen betreft, die zaak gaat vlot: kopij genoeg en enthousiasme! Graag toch zoo gauw mogelijk je ‘Carnaval’. Om zoo'n forsch brok proza, laat zich een nummer altijd beter groepeeren. Van Do Sannes kreeg ik gisteren een brief, die o.a. meldde dat de E'sche Liga een succes is geworden.

Hoorde je nog niets uit Bloemendaal? Wat een vervelend getreuzel! Dat boekje van Van Leeuwen: ‘Dichterland’ (hij zond mij zoojuist een exemplaar) is ontzettend. Ik fabel de kinderen liever op mijn eigen manier iets voor over poëzie.

M.i. heb je ‘Bill’ misgezien. Je hebt goed gezelschap in Coster die er ook niet veel aan vindt. In het algemeen denk ik, dat jullie, ‘zwaardenkers’, daar het orgaan voor missen. Het is net niet journalistiek, al heeft het er de goede eigenschappen van ingelijfd: concreetheid, snelheid, sportiviteit. Het is net litteratuur en geen ‘Nova’-schets. Maar ja, de bespiegelaars weten er geen raad mee, het leent zich niet tot be-essayeering: het is compleet uit zichzelf!

Beste kerel, houd je goed en ik hoop tot spoedig!

Wat doe je in Amsterdam? Is Eibergen te afleidend?

Ons beider hartelijke groeten en een stevige poot van

je Dirk

 

adres: Marisstraat 36.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie