D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak (Rotterdam)

Baarn, 6 januari 1930

Baarn, 6-1-30

 

Beste Menno,

Goed, a.s. Zaterdag en Zondag. Ik zal het ook op de gevraagde wijze aan H. laten weten. Er is één bezwaar: dat Edo thuis is, die dus jullie onkuische gedragingen meebeleeft.

Er moeten wel zware motieven achter Hannie's vertrek liggen, dat zij er zoo toe besluit, jou in de eenzaamheid te laten. Ben benieuwd ze te hooren.

Schrijf wél over ‘Vrouwen’! Emmy vroeg erom: er moest, hoe dan ook, in D.V.Bl. geschreven worden; zij riskeert dus alles. Ik vind het ronduit een lor van een boek. Zij weet dit en ik wacht nog steeds op een brief, die mij haar gevoelens na lezing van mijn critiek zal verduidelijken.

Over Nico, van wien ik een uitvoerigen brief kreeg over zijn malle fratsen, nader mondeling. Je helderde mij nog niet op, langs welken weg en op welke gronden De Stem je om publicatie van het Carnaval heeft verzocht! Je stille dreigement hinderde mij n.l.; daarom vraag ik er zoo nadrukkelijk om. De Stem wordt voor ontevreden medewerkers meer en meer de stok achter de deur! Als een stuk om een of andere reden niet vlug genoeg wordt geplaatst - De Stem! Allervervelendst, vooral wanneer er met dát tijdschrift wordt gedreigd, het eenige waarmee wij, als Redactie, nu juist op vijandelijke voet leven. Serrez les rangs! Ondanks lokkende manifesten van bangelijke letterkundigen, die voornamelijk om den goeden toon bekommerd zijn... arme van Deyssel!

Hartelijke poot,

je Dirk

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie