D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak (Rotterdam)

Baarn, 16 september 1930

Baarn: Dinsdag, 16-9-'30

 

Beste Menno,

Nogmaals - en allereerst - onzen hartelijken dank voor je gastvrij onthaal van Zaterdag en Zondag, in welke hulde en dank je ook Truida wel zult willen laten deelen. Wij vonden het verblijf bij jullie bijzonder gezellig en ik heb een bijna bezielende herinnering aan de kamer met het ouderwetsche, amsterdamsche, gesprek.

Wij pikten Rien en Henny in Soestdijk op, en 's avonds hebben wij over het tijdschriftplan gepraat. H. was niet enthousiast; hij stond zeer sceptisch tegenover een trust op dit gebied: juist de wrijving en de struggle for life achtte hij noodzakelijk. Ook geloofde hij stellig, dat zulk een blad geen twee jaren zou stand houden, d.w.z. als eenheid. Hij voorzag een onontwijkbare splitsing na korten tijd, omdat juist bij een schijnbare, uiterlijke, eensgezindheid de verschillen zich sterker zouden gaan accentueeren. En dat - n.l. die splitsing - was natuurlijk niet de opzet van de onderneming. - Daartegenover wees ik hem op het boeiende van het vraagstuk, op de finantiëele potentie, die elke aflevering zoo ‘dik’ kon doen zijn als noodig was etc. Ik mag zeggen, dat hij na mijn verdediging - evenals ik na de jouwe - het project met meer instemming begroette dan in den aanvang. Wij zullen er natuurlijk nog met Van Wessem over spreken. Beiden blijven wij het sterk betwijfelen, dat Van Kampen - zelfs al zou hij zelf willen - niet contractueel door de Gidsredactie in zijn daden belemmerd zou kunnen worden. - Is het niet mogelijk, om binnenkort met den Heer B. enerzijds en de V.B.redactie anderzijds te confereeren. Mocht het plan instemming verwerven, dan is het toch zeker de bedoeling met Jan.'31 te beginnen?

Ziehier, hoe de zaak er voorloopig van onzen kant voorstaat. -

En hoe vind je het stuk van Bep Vuyk: dat is toch minstens een merkwaardige, eigen, kijk op de dingen en een niet kinderachtig expressie- en verbeeldingsvermogen voor een teedere nymf! Vraag haar nog gauw! En vraag ook Henny Marsman, raad ik je, om proza; hij las mij een novelle (een vertelling) voor, die ik ronduit prachtig vind.

Laat gauw iets over een eventueele bespreking betreffende het tijdschrift hooren, wil je.

Onze hartelijke groeten, ook aan Truida, met poot

je Dirk

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie