D.A.M. Binnendijk
aan
Menno ter Braak (Eibergen)

Amsterdam, 2 januari 1931

Amsterdam: 2 Jan. '31

 

Beste Menno,

Kerel, van harte gelukgewenscht door ons beiden. Dat lijkt mij een goeie zet. Ik ken Gerdel natuurlijk niet meer, zie haar nog als een tamelijk klein meisje, maar je weet hoe aardig en lief ik haar toen vond. - Een goed begin van het nieuwe jaar; ik hoop, dat alles verder naar wensch gaat, in alle opzichten.

Je hebt dat overigens flink stiekum bekokstoofd. Of had je zelf nog geen vermoedens, toen je naar Berlijn trok? Enfin, laten wij gesprekken ‘praten’ en niet ‘schrijven’. Ik verwacht je binnen afzienbaren tijd hier. Je laat het wel even weten, wanneer je op den trein gaat zitten. Volgende week Zaterdag? Ik bewaar alle bespreekbare gebeurtenissen tot je komst. (Alvast hulde voor den voortgang met je roman!)

Een hartelijke poot van

je Dirk

 

Je moet je brieven beter dichtplakken: ze komen vaak open aan, ook deze!

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie