Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk

Rotterdam, 29 juni 1933

R'dam 29 Juni '33

 

Beste Dirk

Wat een onaangename historie met die nieren! Tracht er den moed in te houden door aan de naderende vacantie te denken! Maar dat is gemakkelijk gezegd door den niet-benierde. In ieder geval: het beste.

In zooverre breng je mijn plannen niet in de war, dat ik meende 8 Juli te hebben afgesproken. Vergis ik me daarin? Of ben je dat week-end ook nog niet fit? Ik wacht nog op nader bericht van je daarover.

Het was bijzonder prettig, dat we elkaar weer spraken, en op zoo’n volkomen ongedwongen manier. De wijze, waarop destijds, onze relaties in de gort werden geroerd, heeft me altijd erg gehinderd; niet omdat ik de noodzakelijkheid van een tijdelijke verwijdering niet inzag, maar om het feit zelf, zoo maar. Een vriendschap als de onze, die jarenlang verweven was met alle levensfuncties, wordt nu eenmaal niet zonder botsingen in een slappe verhouding omgezet, dat was mij ook wel duidelijk; maar ik ben nu toch erg blij, dat zulk een slappe verhouding als het ware ‘overgesprongen’ is en dat we op den ouden toon met elkaar konden spreken, zonder larie. Wat we nu aan elkaar hebben, moet blijken; maar dit is zeker (voor mij althans), dat het levende contact niet is verbroken.

Als je 8 Juli niet beschikbaar bent, zou ik je toch graag in de vacantie ontmoeten. Ik ben van plan 2 Aug. te huwen, om daarna een week in het Engadindal te gaan zitten. Voor de rest van den tijd heb ik geen andere dan vage plannen. Vaste punten alleen: niet in Rotterdam blijven en niet naar Duitschland.

Schrijf dus nog even. Hartelijke groeten, ook aan Enny van

je Menno

 

Ant is in Zutfen, ‘neemt waar’ voor Bert, die ziek is.

Is Greshoff nog bij jullie? Bespuit hem dan mijnerzijds met een krachtigen groet.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie