Nijgh & Van Ditmar N.V.
aan
Menno ter Braak (Den Haag)

Rotterdam, 5 november 1935

5 November 1935.

 

Den weledelzeergeleerden Heer

Dr. Menno ter Braak

Pomonaplein 22

Den Haag.

 

Beste ter Braak,

De conclusie die je trekt in je brief van 4 November, het spijt mij het te moeten zeggen, is ook nu weer niet juist. Dat ik Else Böhler in het Decembernummer niet verder zou willen laten vervolgen, komt niet voort uit het feit dat Virginia geplaatst zou worden, maar uit de doodnuchtere overweging, dat als een boek verschenen is de publicatie in een tijdschrift weinig zin meer heeft. Je zult het toch met mij eens zijn, dat het gewoonte is dat een publicatie in een tijdschrift is afgeloopen voordat het boek verschijnt. In het Novembernummer zou dit nog gekund hebben, het wordt moeilijk in het Decembernummer.

Intusschen, ik geef het op. Het is mij nu werkelijk welletjes. Het wordt bovendien hoog tijd dat de Novemberaflevering verschijnt. Deze zal nu geschieden zooals jullie dat wenschen en mocht, niettegenstaande mijn zakelijk argument, in December Else Böhler ook nog verder worden geplaatst, ook dat is mij wel. Bij mijn vroegere voorstel was het eenige punt waarover ik heb gedacht, dat bij niet publicatie van Else Böhler in het Decembernummer Vestdijk het honorarium zou moeten missen.

Beste groet,

D. Zijlstra

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie