E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bellevue, [8 oktober 1932]

Bellevue, 7 October.

's middags.

 

Beste Menno,

Ik ontving vanmorgen het stuk van Den Doolaard, en iets eerder: eenige citaten eruit, in Het Vaderland! Het is werkelijk van een botheid, waar weinigen aanspraak op kunnen maken, maar dat krìjg je van het groote-zwerven. Hierbij een stukje dat ik graag onder het jouwe zou willen hebben, ook al omdat het zoo goed onze verschillen van reactie aangeeft. In geen geval jouw stuk schrappen. Ik wacht nog even, voor ik dit verzend, of er geen brief van je binnenkomt, waarop ik moet antwoorden. Ik ben hier begonnen aan iets ‘serieuzers’, maar het ‘rhythme van onze huishouding’ is nog niet gevonden en baart ons soms zorgen.

Bep denkt dat dit getruqueerd is! Fraaie gedachte - niets is meer authentiek!

's Avonds.

 

Daar is je brief. Grappig, je gebruikt precies hetzelfde woord: bot; en verder zeg je dat weerlegging onmogelijk (of de moeite niet waard) is. Toch ‘weerleg’ jij in je stuk meer dan ik; je grijpt nog naar een soortement bewering erin. Enfin, in ieder geval heb je nu mijn repliek; ik hoop dat het kort genoeg is. Mocht het je nog steeds niet bevallen, schrijf me dat dan gerust. Die adresopgave alleen lijkt mij tegenover dit kulstuk te ‘ridderlijk’; dàt zou ik dan beter in een persoonlijk schrijven kunnen doen, gesteld dat ik daartoe overging. Maar ik geloof dat een verneukerij als die hierbij gaat het in het publiek heel goed ‘doet’ (vergeet niet dat ik, toen ik je schreef, alleen dat eene citaat uit den brief van Maijer kende).

Nu de verdere punten; allereerst Coster. Ik ben het absoluut met je eens, en als de boekuitgave nu toch komt, ben ik nog altijd bereid om Schetsboek te laten vervallen. Maar mijn voetveeg zwamt, met permissie, als hij zegt dat er 45 blzn. overblijven; het is 35 hoogstens. Dus wèl met 1 extra vel meer af te doen. Trouwens, ik kreeg de proeven van Schetsboek (15 blzn.) Het ms. was, meen ik, 18 blzn., en 21 blzn. voor de heele rest, dus ik veronderstel: 15 + 18 = 33 blzn. Wil je dit aan Bouws zeggen, en hem vragen mij zonder verwijl de complete proeven te zenden?

Van Esser's stukje is geen sprake meer. Maar zend je me nog wel Verz. Proza II.? (Ofschoon ik werkelijk alle vertrouwen heb in jouw oordeel). Misschien dat ik daar nog een voetnoot bij zet(?) Wat denk je?

Moet je het nr. van De Gemeenschap terughebben? Of kan ik het moois uitscheuren voor mijn plakboek? Ik ben op zulke dingen juist zoo dol voor mijn lezers. En dan: Bep en ik zijn eergisteren naar het Consulaat gegaan om ons te laten legitimeeren als ‘schrijvers’ (dit scheelde ons ƒ 16.- voor onze identiteitskaarten) en op dat papier kwam te staan dat wij waren: ‘hommes de lettres, et honorablement connus au Consulat-Général’. Daar is het pak slaag van Den Doolaard maar een licht tegenwicht voor!

Bedank alvast alle menschen die finantieele steun beloofden voor de Uren. Die lieve Jo toch! had ik dàt ooit van haar gedacht? Maar de banden des bloeds zijn niet zoo maar te verloochenen; on sang ne peut mentir, vooral in fatsoenskwesties.

Ik ben benieuwd naar het tooneelstukje van Donker. Kan je het niet voor mij bemachtigen en mij opsturen? Ik wil ook eens lachen, we hebben het hier zoo hard gehad met de meubels. - Des te beter als Helman jouw taak in de N.R.Ct. overnam; en stuur ons dat dan ook (om te leeren).

Je lezing op de V.U. zal wel curieus geweest zijn; maar hoe doèn de menschen als ze ontstemd zijn, - behalve weggaan? Draaien ze op hun stoelen, laten ze hun brillen vallen? Kuchen ze; blazen ze? Ik zou van Wim hierover een diagnose, ik bedoel: ziektebeeld, willen hebben. - Batten begon me in zijn brieven wat op de zenuwen te gaan; àl te Perroniaansch grappig misschien; als je een jeugdcaricatuur krijgt te zien van jezelf, gaat het op een gegeven oogenblik tegenstaan. - Malraux heeft beloofd dat hij probeeren zal minder vlug te praten, als hij je weer ontmoet. Hij komt morgen met Clara hier eten. Anthony Gishford was onze eerste bezoeker (ik zeg dit omdat ik aan het eten denk); ik verstond hem voor precies de helft niet, maar hij mij ook niet voor ongeveer net zooveel, zoodat we dus toch nog ‘on equal terms’ gediscussieerd hebben. Hij had een paar heerlijke verhalen over den Engelschen gezant in Den Haag, te aardig om hier op te schrijven, maar als je bij ons bent, zullen Bep en ik ze je in collaboratie oververtellen (er komt een beetje nadoen bij.) - Dat Wim 2 November promoveert, precies op den dag waarop ik 33 ga worden, is jammer, want anders had jij dien dag hier kunnen vieren. Maar misschien lukt het je nog de plechtigheid op te schuiven.

Ik ben alweer uit de koers geslagen met Nietzsche; ik heb het gevoel dat ik weldra niets meer zal kunnen lezen dat niet in een artikel kan worden omgezet. Maar misschien ben ik te pessimistisch; op resultaten althans kan ik niet eens bogen.

Nu, veel hartelijks, ook voor Ant en Truida en van Bep (dit wordt een geijkte term) en van je

E.

Zaterdagmorgen.

 

Zooeven kwam bijgaande brief van Bouws. Hij is een ouwehoer van het eerste water, maar werkelijk nogal braaf, bedenk je telkens weer. Wat zeg je van die keurige oprichting in 18 karaats businessmen-terminologie? Maar laat hem de boel maar doen, als je wilt. Ik schrijf hem om hem te bedanken en zeg hem (evenals Greshoff) dat hij zich met jou moet verstaan.

Vraag Zijlstra zelfs niet om de exploitatie te doen! Zeg hem dat er, met bijwerk (cijfers boven de hoofdstukken, sterretjes tusschen de onderdeelen en titelpagina + correcties) ± 150 regels er bij te drukken zijn, en vraag hem dan wat hij ervoor moet hebben, bij een oplaag van 250 exemplaren. Daarna kunnen we er gewoon Stols op zetten, om het juiste argument van Bouws. En Stols heeft zeker even veel kans als een gewone kleine boekhandelaar; hij adverteert er dan tenminste nog voor in het blad voor den boekhandel en in Helikon.

Als alles klopt, wil je dan - of dat kan Greshoff beter - er ook over schrijven aan Stols? Mij lijkt dit ‘voor het oog van de wereld’ ook beter. Later behoud ik mij het recht voor om deze typisch-Hollandsche historie ‘wereldkundig’ te maken.

Hernieuwde hartelijkheden. Je

E.

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie