Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 26 oktober 1932

R'dam, 26 Oct. '32

 

Beste Eddy

Nu dus de laatste afspraak: a.s. Zaterdag stap ik bij leven en welzijn te 19.30 (Nord) uit den trein (zegge: half acht). Ik hoop je (jullie) daar te vinden, want mijn geographische kennis van de omgeving van Parijs is zoo gering, dat ik in een dure taxi zou moeten vervallen om jullie huis te bereiken. Ik speur aan den uitgang wel rond.

Gisteren heb ik na veel gewurm het nummer in elkaar gekregen. Ik kon geen oplossing vinden, behalve: of Schrijverspalet eruit, of Schetsboek eruit. Deed ik mijn stuk eruit, dan waren er 4 pagina's te kort, die ik Zijlstra niet wou schenken. Eindelijk heb ik dus maar beslist en ik heb nu werkelijk een ideaal nummer:

Elsschot, Verzen v. Vroeger 6 pag.  
Ego, Het Schrijverspalet 20 pag.  
Terborgh, De Bruiloft 6 pag.  
Engelman, Afscheid 1 pag.  
E.d.P., Uren m.C. 22 pag.  
E.d.P., Opschorting 4 pag.  
Minne, Heineken Vos 17 pag. (moest ook gerantsoeneerd worden)
Red., Panopticum 4 pag.  
    -----  
    80 pag.  

Als jouw Conclusie meeloopt, wat ik vandaag zie, komt het versje van van Geuns er nog bij. - Ik zal de wijzigingen op je briefkaart nauwkeurig aanbrengen.

Lijkt het jou ook geen uitstekende combinatie zoo? - Ik breng verder Zaterdag Zijlstra's prijsopgaaf mee; we kunnen dan verder tot practischer resultaten komen, tusschen haakjes: Zijlstra had van Bouws een foto van zijn huwelijk ontvangen, met het verzoek die in De Wereldkroniek te plaatsen!! Onderschrift had hij er bij opgegeven, dat bewaar ik voor mondeling! Je schreef al, dat hij geen pudeur meer bewaard had... Ik heb me krom gelachen: Bouws in rok, Hertha in het wit, wat bruidsknaapjes of hoe heet dat, en autoriteiten! Zelden heb ik zoo duidelijk in iemand een domineerende grondtrek gezien als in Bouws: ijdelheid en nog eens ijdelheid.

Ook het verhaal breng ik natuurlijk mee. Ant heeft het deze week gelezen en vond het bijzonder goed, alleen het begin wat traag. Het is ook werkelijk enorm verbeterd vergeleken bij wat het vroeger was. De naam Maarten heeft je goed gedaan.

Vandaag schreef ik het eerste hoofdstuk van de Zieke af, 25 pagina's. Ik denk, dat ik, wind en weer dienende, snel van dit boek zal bevallen; het ligt zoo klaar voor me als nog nooit tevoren.

Het stuk over Anthonie is goed, ik zou bijna zeggen, als het geen twijfelachtige term was: objectief veroordeelend; een vonnis, waarmee hij het voorloopig kan doen. Als een toon hem nog aan het nadenken kan brengen, dan moet het toch wel deze, voor jouw doen bijzonder welwillende, toon zijn. Maar hij is ongetwijfeld al te ver heen.

Ik heb in mijn eerste hoofdstuk ook een passage over den ‘physieken moed’.

Emil Ludwig was een kwal. Ik heb hem op Mussolini kunnen vangen; heb je de courant gekregen?

Dus: nu werkelijk tot Zaterdag! hart. gr. voor jullie beiden

je Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie