E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bellevue, [29 november 1932]

Bellevue, Dinsdag.

 

Beste Menno,

Het doet me plezier dat mej. Donkersloot óók aan mij denkt. Nu ja, ik begrijp dat ze bezwaar heeft tegen mijn houden van dikke vrouwen; maar ook tegen hààr kan ik alleen maar zeggen: ‘wat kan ik daaraan doen’? Ik zou haar ook wel een betere opinie over mij willen bijbrengen, maar je weet zelf, ik bèn nu net getrouwd! Het spijt me oprecht (daar komt het dan maar op neer) dat ze zoo slècht over me denkt, dat ik haar - zooals jij zegt, en al is het gelukkig nog maar au figuré - zoo ‘dwars’ zit; maar het verheugt me reeds dàt ze aan me denkt (hoe dan ook). Doe haar, als ze weer eens komt, of desnoods per telefoon, mijn meest gentlemanlike groeten.

Over het stukje van Hennie schreef ik je gisteren. Wat de boetpredicatie van Vic betreft (ik weet nog altijd niet of het alleen door de houding van je hoofd komt, dat zijn artikel voor mij zooiets geworden is): ik vind alles best - ik ben het met jou eens, met hem eens, weer met jou eens; ik geloof als Lawrence dat dit alles er zoo weinig toe doet, als de twee menschen tusschen wie het gaat beiden ‘a bit simpatico’ zijn. Die brieven van Lawrence trekken me geweldig aan; ik zal probeeren ze van John Buckland Wright te leenen; als dat niet lukt, moet je jouw ex. maar eens goed verpakken (Ant helpt je daar wel bij of verstrekt de ‘deskundige leiding’) en mij als aanget. drukwerk opzenden.

Je bezwaar tegen Laclos geldt eigenlijk toch de lengte van de opzet, dunkt mij, meer dan de inzet. Wat is er nu aangenamer en een ‘directer opium’ in het leven, een ‘directer staat van poëzie’, dan keezen? En wat, een meer ongezochte aanleiding tot menschelijke conflicten? Zou je het belangrijker gevonden hebben als het ging om politieke, of intellectueele, of economische ‘kampspelen’?

Sterne en Jones kosten je samen fl. 30.-; meer wil ik er niet voor hebben. En die fl. 30.- + de fl. 15.- voorgaande + de fl.10.- volgende, alles gaat naar Mayer, in het tempo dat je zelf wilt; het is volstrekt niet noodig daarmee haast te maken. Du moment dat ik weet dat jij dat betalen zult, is het van mij af, en kan ik ‘mijn aandacht wijden aan andere dingen’. - Ik laat je nu uit Brussel alles zenden wat je vraagt. Laat ons zeggen dat je voor de fl. 10.- ontbrekende guldens voor Mayer neemt: de 3 dln. Anatole France; dan krijgen we voor de rest:

Meredith 14 1/2 deel (uitverkocht; destijds compleet, dus met 1 1/2 deel meer, of, ik meen zelfs met 2 1/2 deel, want er was ook nog een deel volkomen onleesbare poëzie bij, kostte het mij fl. 50.-)

- laat ons zeggen voor jou: 15 gld.

(Als je er niet èrg op gesteld bent, mag ik deze serie later misschien weer van je terug-overnemen? Het is maar een idee; hoogstwschl. doe ik het niet.)

Toulet, Tendres Ménages en Demoiselles la Mortagne   3 gldn.
Toulet, Mon amie Nane (moet je laten inbinden)   4 gldn.
Baudelaire, Amoenitates Belgicae (doe ik er maar bij, omdat het een curieuze editie is, die uitverkocht is en bovendien amusant om te lezen)   2. gldn.
Horace Pirouelle laat ik je ook maar zenden (het is een alleraardigst verhaal!)   1 gldn.
Gide, Caves du Vatican en Faux-Monnayeurs   6 gldn.
Gamiani (omdat het uit elkaar ligt)   5 gldn.
Joyeusetés du Vidame (zeer zeldzaam, kostte mij indertijd 300 frs)   9 gldn.
Légende des Sexes (ook duur en uitverkocht)   5 gldn.
    -----
  Totaal 50 gldn.
    -----

Het is net of ik het expres heb gedaan - die 50 gldn! Ik zweer je dat het puur toeval is! Enfin, die 50 gldn. hoef je aan niemand te zenden; dit ‘dépôt’ is voor de 50 gldn. die je voor Coster besteedt. Krijg je diè later terug, dan zend je ze mij.

Wil je nu nog iets anders hebben (ik laat alles bij Moens staan), dan hoor ik het nog wel. Daar zijn nu nog: 6 dln. Pierre Louijs (waaronder 1 erotisch).

10 dln. Casanova (incompleet, helaas) } deze zal ik maar meteen verkoopen.
1 deeltje Derème en de 1e Father Brown (die je niet interesseeren) } deze zal ik maar meteen verkoopen.
Nourritures Terrestres en Ninon de Lenclos (idem) } deze zal ik maar meteen verkoopen.

Ik vind dat jij mij reusachtig geholpen hebt, en tel daarbij vooral de ‘moreele kater’ om mijn boeken voor een prikje te zien gaan in de handen van God weet wat voor Belzen-idioot.

Nu ga ik verder.

Ik vond het beroerd Jan zoo te moeten schrijven, maar ook te onaangenaam, dat wij er wel onder elkaar zoo over zouden spreken en hemzelf ‘aanmoedigen’ om met die vlotte productie door te gaan. Hij heeft het uitstekend opgenomen, al geeft hij toe dat het toch beroerd voor hem was. Hierbij zijn brieven, die ook werkelijk alleraardigst zijn. - Hij schreef mij vanmorgen dat hij je in Holland sprak, en dat hij zoo verdomd gesteld op je is. - Rademacher S. zal wel fl 50.- geven, als Henny hem ‘opwarmt’. Bouws is toch werkelijk een ‘rotjongen’; als hij fl. 100.- geeft, mag hij vertellen dat hij Coster geschreven heeft; zou je hem dat niet zeggen? De Notaris spreekt vind ik zelf (met een Apostel) tot de allerslechtste dingen behooren uit mijn poëzij, grappig dat Wim er zoo om moest lachen. - Spreek me niet over Het Vaderland, ik ben er al misselijk van. Vandaag schrijf ik die proefbrief. Ik kreeg daarvoor voorbeelden van Roëll's schrijverij, dat ‘zéér goed’ heet - je hebt er geen idee van hoe 'n karakterlooze, smaaklooze watersoep zooiets is. Ik wou dat Vic nu eens beviel van zijn grootsche reorganisaties met Fransche uitgevers, dan liet ik Het Vaderland schieten.

Kan je hem niet erover spreken, en als hij geen tijd heeft om zijn lesjes op papier te zetten, kan hij jou dan niet precies zeggen wat hij wil, dan schrijf jij het mij wel (desnoods weer per tikmachine, opdat hij het duplicaat goedkeure!)

Je rijmpje op het beroemde vers van Buning getuigt van een groot psychologisch inzicht, dat toch zeker voor de helft in het beschermd domein der poëzie dringt - ongerekend nog de helft van Buning, dat is dus ¾ poëzie in 2 regels. Zeg ze Vic maar eens en vraag hem wat hij ervan denkt. - Blijstra is verre van volmaakt en zou geserreerder kunnen, maar het was zeer leesbaar, vond ik.

Ik snak naar het volgende Forum en o ja, als dàt nu verschenen is, wil je mej. Donkersloot dan vragen of het al ièts gentlemanliker is dan die voorrede? Als het niet zoo duur was, zou ik haar om haar opinie zelf willen telephoneeren, maar nu, helaas, in deze barren staat...

Hartelijke groeten ook onder de vrouwen (bedoeld worden: Bep, Ant, Truida) en een hand van je

E.

 

Ik schrijf gelijk hiermee aan mevr. Moens. Je krijgt dus 28 dln. opgestuurd. Maar de Gamiani (die het gevaarlijkste is voor douaniers-oogen, vanwege de litho's) gaat misschien apart; misschien zelfs als aanget. brief, als het niet àl te duur is. De verzendkosten verreken ik wel met Moens, op een paar andere boeken.

De Louijs laat ik door haar verkoopen voor 360 Belgische franken, alle 6 deelen; dus ± fl. 25.- Mocht het je later voor die prijs nog interesseeren - of nù, want je hoeft immers niet direct te betalen (Mayer kan nog wel 1/2 jaar wachten), schrijf het mij dan; ik laat je die 6 dln. dan ook zenden, onder dezelfde voorwaarden als bij Meredith.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie