Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 9 november 1933

R'dam, 9 Nov. '33

 

Beste Eddy

Eindelijk heb ik tijd, je een oogenblik rustiger te schrijven. Het is momenteel een ‘gespannen toestand’, met die baantjes tegelijk. Er liggen hier een dertig snertboeken, die ik zoo gauw mogelijk moet wegwerken, en iederen dag floddert er weer een tijdschrift of ander vod binnen. Als ik eenmaal van het leeraren af ben, wordt het natuurlijk heel dragelijk, met den goeden Hein Pannekoek als vleugeladjudant. Nu zal de kunst zijn: 1o het pleizier in het werkelijke lezen en 2o het pleizier in het werkelijke schrijven niet te verliezen. Het wordt een heel ander ‘innerlijk conflict’ dan in den eerzamen docenten stand.

Ik heb verder weer nieuws: de V. Bl.-affaire is mislukt, en wel door de zotte manieren van Engelman, die allerlei persoonlijke elementjes en persoontjes in het geding heeft gebracht. Ik sta er gelukkig geheel buiten, want toen ik hier Zondag terugkwam, was de zaak geruischloos en zonder mijn inmenging opgeblazen. Nu is Zijlstra, die maar matig pleizier had in de V. Bl. en liever Forum op één of andere mogelijke manier continueerde, met een nieuw voorstel gekomen; Forum wordt voortgezet, eenigszins volgens het plan van Maurice, maar zonder al die idiote Vlamingen, en wel zoo: maandelijks 80 pag., te verdeelen tusschen Vlaanderen en Holland in onderling overleg. Verder zelfstandige redactie. Voor Vlaanderen hebben ze al een trio gefokt: Maurice, Walschap en Gijsen. Ik heb nu, omdat Zijlstra graag een iets ‘breeder basis’ wilde voor het financieele welslagen, een redactie bedacht van Vic, Vestdijk en mij. Vestdijk heeft onderhands toegezegd, nadat ik het hem als vriendendienst had gevraagd. Vic zal het ook wel doen. In deze formatie is er toch een ‘Forum-meerderheid’ in den ouden zin. Lijkt het je, gegeven de omstandigheden, niet geschikt zoo? - De reden van Zijlstra's nieuwe poging is, dat hij serieus kans schijnt te hebben op minstens 200 Vlaamsche abonné's. Gaat dus dit plan eindelijk eens door, dan behoeven in Dec. geen afscheid te nemen, maar alleen een wijziging in den opzet aan te kondigen; en we blijven baas in eigen huis. Schrijf mij je meening vooral. (Ik stuur je de verhalen nu niet terug, de Liaisons heb ik hier al).

Angèle is mij bij herlezing ook werkelijk meegevallen! Het is hier en daar echt ‘poëtisch’, maar de psychologische kant is dan ook wel verdomd zwak! Moet meneer Charles Roland Holst voorstellen? Dan heb ik hem niet herkend, en zou hem nu alleen herkennen aan zijn vele tijdverdrijf-vrouwen. Ritter heeft Angèle natuurlijk tegenover Dumay in de hoogte gestoken. Ant zal jullie schrijven (geheel onafhankelijk!) maar zij moet altijd eerst een inspiratie krijgen; zij heeft geen ‘schriftelijke spijsvertering’, zegt zij, zooals wij. - Maar dat Jany ook al ‘bezwaren’ heeft tegen Ducroo valt me weer erg tegen! Waarvoor dient dan toch al die poëtische verfijning, als men zelfs de fijnste raffinementen van de gedachte niet kan herkennen? Ik hoop, dat de dichters beginnen met zich flink te ergeren aan mijn eerste kroniek in Het Vad., want ik heb daar als een (rare) ‘poëziekenner’ gefungeerd. En toch: wanhoop niet aan Ducroo; ook Henri Brulard begrijpen die lieden niet; omraam de ‘anecdotes’ uit Indië alleen door ‘het andere’, dan wordt het je allerbeste boek. - Ik was voor mijn verhuizing naar de journalistiek juist aan je Cahiers her-begonnen; maar ik kan aan je verzoek niet voldoen. Ik merkte n.l., dat ik deel I al dadelijk weer als geheel waardeerde, en zelfs nog zeer waardeerde. In dezen vorm zijn alle stukken goed, sommige minder, andere meer, maar het heeft voor mij geen zin, hier met een schoolmeesterspotlood te gaat streepen. - Ortega y Gasset wordt je vanmiddag door mijn boekhandelaar gezonden. Cadeau van mij. Het is werkelijk zeer de moeite waard, een veel betere Spengler. Geestig, ‘honnête’, tegen de specialisten etc. etc. Je zult het zeker met genoegen lezen. Het is (extra attractie) vertaald door een moordenaar. - Dan zou ik jou nog willen vragen, of je via Malraux kunt bereiken, dat ik geregeld de Nouvelle Revue Française krijg voor bespreking in de krant. Met Forum wou ik daar het pièce de résistance van die afdeeling van maken. Adres: Het Vaderland, Parkstr. 25, den Haag.

Daar komt jullie brief van 7 Nov. Hartelijk dank! Ik moet tot restauratie van Scholte's reputatie zeggen, dat hij mij vandaag een zeer hartelijke felicitatie zond, met een oprecht ‘sans rancune’ (oprecht: hoop ik). Ja, waarom al die andere eminente letterkundigen het tegen mij moesten afleggen? Ik weet het waarachtig niet; alleen heb ik ter verklaring Schilt's onverklaarbare geporteerdheid voor mij speciaal. Hij heeft tot tegenover Nijgh hardnekkig mijn hoofd geëischt, hoorde ik van Pannekoek (dewelke gisteren nog schetelings in Het Vad. een stuk over Dumay heeft vervaardigd, even slecht geschreven en even vriendelijk bedoeld als dat over jou.). - Ik houd me sterk aanbevolen voor Fontenelle, te zijner tijd!

Nog één ding, dat ik haast vergeten had. Als nu Forum doorgaat, zit er niets anders op dan Bouws als secretaris aan te houden (pro Deo). Ik kan dit werk niet meer doen, nu ik in den Haag ga wonen en vol kom te zitten met allerlei gedonder op ditzelfde terrein. Vic zou er absoluut niet voor deugen, terwijl Bouws voor de zaken perfect is gebleken. Ik denk niet, dat jullie hierover nu de kabinetsquaestie van medewerking zult stellen; jullie kunt overigens copie natuurlijk aan mij zenden. Maar eigenlijk was het me een lief ding waard, als er tusschen de ‘partijen’ een formeele regeling kon worden getroffen, die dat overbodig maakte. Ik kan met een natte vinger Bouws weer zoover krijgen, dat hij het administratief contact herstelt, als jij het wilt. Je hoeft geen druppel water in den wijn te doen, hij ook niet; het eenige zou zijn, dat je hem de copie kunt zenden, over voorschotten e.d. correspondeeren, proeven behandelen etc. Ik stel je dit noodgedwongen voor; ik kan het werkelijk zelf niet gaan waarnemen.

Coster, p. 95: ‘En nogmaals, dit alles doet er ook niets toe, voor de lezer die alleen onthouden zal dat hier, welgeteld, 42 dichters bij elkaar staan, die allen wel iets goeds zullen hebben, waar hun gedichten werden verzameld in de schaduw van 58 dichtbedrukte bladzijden kommentaar’.

Ik heb op allerlei persoonlijke dingen nog niet geantwoord. Maar de boekenstapel grijnst me aan; ik moet er eerst een bres in schieten.

Tot nader dus. Hart. gr. ook van Ant en aan Bep

je

Menno

 

Wij blijven voorloopig nog hier; er moet eerst een andere leeraar zijn aan het lyceum. Daarna zoeken we een huis in den Haag. Ant is daar zeer mee ingenomen; zij krijgt waarschijnlijk de afdeeling damesromans te behandelen (onder mijn naam dan).

 

De heer de Lang is dadelijk al met chicanes begonnen, die ik tracht te pareeren. Schilt is een grijze engel. Denk er om, dat jullie nooit iets loslaat over dingen, die ik in een brief over de Lang schrijf!! Ik zal het n.l. vaak moeten luchten.

 

eerste stuk Ducroo kreeg ik van Greshoff. Ligt dus hier.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie