Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 18 november 1933

R'dam 18 Nov. '33

 

Beste Eddy

Eindelijk kan ik er dan eens even ‘uitbreken’, om je te schrijven. Ik heb deze week letterlijk geen oogenblik vrij gehad. School, artikeltjes maken, kroniek schrijven, twee tooneelpremières: het is werkelijk welletjes en de troost van twee salarissen is gering; ik heb er trouwens mijn belasting van betaald. Overigens blijkt, dat iemand, als hij van zins zou zijn zich kapot te werken en niets anders te doen, tegelijk leeraar en Borel zou kunnen zijn! Maar ik zal de hemel danken, als ik eindelijk mijn ontslag beet heb; dan zal, gegeven dat ik met de heeren van de krant op kan schieten, het werk aan de rubriek alleen wel meevallen. Ik lees die boeken van de Schartens c.s. eenvoudig niet; ik ruik ze, snoep even van de inhoud en maak er een stukje woorden over. De cabotins van het tooneel heb ik zonder eenige innerlijke emotie gevolgd en beschreven, blijkbaar echter nog niet enthousiast genoeg, want Pannekoek schrijft mij, dat ik ook iets over het applaus en de bloemen moet vertellen. Dat gaat er de volgende maal dus ook nog bij. Het waren prima duitsche acteurs ditmaal (Bassermann, Moissi, Deutsch, Durieux) en voor mij was de ontmoeting dus zeer interessant, nadat ik in geen jaren tooneel had gezien en er alleen maar over had gedacht. Resultaat: ik volg het als een puzzle, een goed of slecht geconstrueerde, maar een puzzle. Met mijn werkelijke probleemen heeft noch dit, noch het boekjes lezen iets te maken; het gaat me allemaal vrij vlot af, alleen mist het product van die werkzaamheden de geestelijke verhevenheid en den dazen toon van Borel. Als ik nu van de school los ben, neem ik gewoon mijn morgen voor de puzzles, en enkele avonden voor de tooneelpuzzles, en voor de rest lees ik en doe ik, wat ik zelf wil. Ik kreeg je Nutteloos Verzet nu 2 ×, heb één exemplaar aan den goeden Pannekoek gegeven. Het leek me tactischer, over deze herdruk nu geen kroniek te schrijven, om niet dadelijk het verwijt te hooren te krijgen, dat ik tot iederen prijs vrienden aanbeveel. (Ik ben er toch al tamelijk mee bezig natuurlijk). Onder de Nieuwe Uitgaven heb ik er nu een stukje over gemaakt, waaruit de ‘betere lezer’ zijn conclusie kan trekken. Als je mijn toneelproeven wilt lezen, stuur ik je binnenkort een stel, dat je me dan, omdat ik het nog wel eens noodig kan hebben, moet retourneeren. Kreeg je een krant met mijn kroniek van Zondag? - Ik zal ook onderwijl eens naar een mogelijk baantje voor jou uitzien. Maar tot Aug. zit ik nog niet vast, dus het eerste jaar moet ik nog ietwat diplomatisch optreden en niet te veel mijn eigen mannetjes naar voren brengen. (Wat klinkt dit alles ‘vuil’, bij herlezing, en wat is het in een bepaalde beteekenis toch volkomen in orde!). Dank voor je aanbod om me te helpen met de recensies; maar uit het bovenstaande volgt al, dat ik de boeken niet lees, maar ruik. Alleen, als die verdomde Helman komt... Deze week heb ik een kroniek over van Eeden en Vues sur Napoléon, dus eigenlijk over het idealisme; eerste heftige, maar diplomatisch gestyleerde tegenzet tegen het Borelisme.

Die dr. Brouwer van Ortega was laatst hier, omdat hij aan Het Vad. wil meewerken. Hij heeft inderdaad uit motieven, die ik niet ken, een man vermoord, naar men zegt ‘in koelen bloede’, en acht jaar gezeten; in die tijd Spaansch, Portugeesch en Italiaansch geleerd. Ik was buitengewoon nieuwsgierig naar zijn verschijnen. Hij is het type van den groningschen moordenaar, denk ik; rood haar, stekende oogjes, zeer gesloten en zeer helder en intelligent. Hij wist natuurlijk niet, dat ik van dien moord wist en dat verhoogde voor mij de attractie van het onderhoud. Hij was een geregeld lezer van Forum; jammer, dat ik hem niet, zonder me te verraden, kon vragen naar zijn opinie over Dumay’s moordenaarsneigingen! Zou het de groningsche lafcadio zijn?

Je stukje in D.G.W. is zeer vermakelijk! Wim had het ook gelezen en er veel pleizier aan beleefd. - Als je of jullie hier komt omstreeks Kerstmis, hebben wij hier altijd één vrije logeerkamer met één bed! Zoodra wij naar den Haag verhuisd zijn (Jan.? Febr.?) waarschijnlijk een logeerkamer met twee bedden. Jij kunt hier dus, als je tenminste niet precies op de kerstdagen komt, want dan zijn we in de Achterhoek, in ieder geval hier op je gemak ‘wohnen’. Er kan ook altijd een divan bij ‘gedekt’ worden.

Onder de bedrijven door had ik nog een curieuze discussie met D.A.M. Binnendijk, die mij een weer zeer heftige brief schreef over jouw ‘autisme’ en ‘querulantisme’ etc., naar aanleiding van je drie laatste regels van Written in Dejection (die ik ook nogal dwaas vind, maar wat doet dat aan de qualiteiten van de rest af!). De brief was zoo, dat ik hem geantwoord heb het te verdommen verder zulke onaangename berichten over jou te ontvangen; want hij begon weer over je slechte persoonlijkheid etc. Op mijn antwoord heeft hij nu weer zeer verontschuldigend gereageerd, zoodat het geschil weer is bijgelegd. De kern is duidelijk: hij kan het niet verkroppen, dat er een ‘concurrent’ in zijn vriendschap voor mij is binnengekomen, en nog wel één, van wien hij weet, dat hij een overwegende factor daarin is. (wat een stijl, ik ben doodop!) Zijn jaloezie is werkelijk erg vrouwelijk genuanceerd.

Greshoff en Aty komen straks hier eten. Hij heeft, hoor ik, het redacteurschap van Gr. Ned. voor mij in zijn zak. Maar wat nu met Forum, dat ik net beloofd heb voort te zetten?? Ik zit er eenigszins mee. Zoodra er nieuws is, hoor je het.

De nieuwe communis opinio over mij is nu, na Dumay: ter Braak heeft een goeden roman beneden zijn geestelijke stand geschreven. Dit thema, door Vic gelanceerd en misschien niet ten onrechte, circuleert nu in de provincie (letterlijk en figuurlijk). Ik hoop tot spoedig! Veel hart. gr. ook van Ant en mij tot Bep en jou, en een speciale hand van je

Menno

 

P.S. Zijlstra belde mij laatst op met de mededeeling, dat hij een ‘vermaning’ had ontvangen over Greshoff's bruine liedjes van een ‘hoog persoon uit zijn concern’ (zal Nijgh wel zijn); en hij herinnerde aan het artikel over politiek in het Forum-contract. Aangezien hij ditmaal absoluut in zijn formeele recht zou zijn (de gedichten vallen onder het hoofd ‘politieke agitatie’) heb ik nu een panopt. over Dimitrof geschreven, dat een politiek thema m.i. onpolitiek behandelt. Mocht ook dit stukje hooggeplaatste commentaar uitlokken, dan zal ik zeggen, dat Forum mij zeker niet meer als redacteur moet hebben; want in dezen geest zal ik voortaan vrij veel schrijven.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie