Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 23 november 1933

R'dam, 23 Nov. '33

 

Beste Eddy

Dit is dus alweer de laatste brief naar le Roselier! Volgende epistels gaan naar de rue de l'Yvette. Inmiddels hebben wij ons, vandaag net, een werkelijk heerlijk huis aangemeten in den Haag, eind laan van Meerdervoort, stalen ramen, uitzicht over water, twee logeerkamers (dit laatste als bijzondere invite!), ingebouwd bad etc. etc., voor den civielen prijs van ƒ 57,50 pm. Eigenlijk hetzelfde model huis als op de Beukelsdijk, maar ruimer. Wij namen het direct; het was het eerste huis, dat wij zagen. Noteer vast het adres: Pomonaplein 20. Als ik van de schoolmeesterij af ben, trekken we er 1 Jan. in. Komen jullie dus in het nieuwe jaar, dan vindt jullie een behoorlijk onderkomen, op ieder moment van den dag. Ik ben reusachtig in mijn schik met deze bof (want het overkomt je zelden, dat een huis precies levert wat je er van eischt), en Ant niet minder. Als ik nu bij Het Vad. maar niet uit den toon en dientengevolge uit het ambt val, staan de zaken er niet slecht voor op het oogenblik. Het is één geluk, dat ik me volkomen van de litteratuur vrij voel, dat ik er een moraal op na houd, die zich niet meer occupeert met het probleem, of een boek van Alie Smeding goed of slecht is. Ik doe zoo'n boek met een paar regels af en kijk er niet meer naar om. Zoo'n entrefilet over Pascal verschaft me alleen het genoegen, dat de Hagenaar den naam Pascal leest in een krant, waarin hij anders over Jo v. Ammers leest. Alleen de kroniek op Zondag is geschikt om op behoedzame wijze ‘persoonlijk’ te zijn. Ik zend je binnenkort (als ik wat meer heb) een bundel tooneelcritieken; maar het mooiste moet nog komen, zoo b.v. Willy Corsari in een selfmade-stuk Krontjong zelf op de planken en niet te vergeten, het door ir. Mussert gestichte nationaal-soc. tooneelgezelschap Fascio, dat binnenkort debuteert met een hemdendrama van George Kettmann jr. - Ik heb het inmiddels idioot druk, vergeet van alles, heb zelfs bijna ruzie met Jan Greshoff gehad, waarbij de schuld inderdaad deels aan mijn kant was. Op elkaar botsten n.l. ineens de redacteurschappen van Forum en Groot Nederland. Je hebt het ongetwijfeld al van Jan zelf gehoord. Het komt hier op neer, dat ik al te ver was met mijn afspraken met Vestdijk en Maurice, om nog terug te kunnen naar Gr. Ned., en dat Jan zulks (dit geheel ten onrechte, zooals hij later volmondig toegaf) als een soort ‘verraad’ jegens hem beschouwde. Enfin, de zaak is geregeld, er is kans op een fusie van de twee tijdschriften volgend jaar; gelegenheid om te publiceeren zullen we in ieder geval te over hebben. Het ‘dikke nummer’ van Dec. is nu natuurlijk tot de helft gedund, om de copij niet weg te smijten, zoodat jouw Liaisons nu in het volgend nummer komen (Afscheid natuurlijk in dit). Dit leek me niet onbillijk; mijn Schrijver na zijn 30ste jaar was er vorige maand uitgegooid voor jouw Nietzsche-Tielrooy. - Doe wat ‘het secretariaat’ betreft, wat je het beste dunkt! Stuur desnoods alles aan mij, dat is misschien zelfs beter. Alleen proeven niet, want dat zou, nu ik in den Haag ga wonen, vertraging veroorzaken. De twee nummers kun je, dat spreekt toch vanzelf, blijven ontvangen! Het zal wel gewoon doorgaan, dus schrijf mij even, als je ze niet krijgt.

Je vindt ‘Hein’ (= Pannekoek = 's Gravesande) naast je, in je oordeel over wat ik over Buning schreef. N'en déplaise jou, zie ik nog niet, waarom ik hem onbillijk beoordeeld heb! Maar jij hebt nu eenmaal nog een zwak voor de poëzie in dien ‘toon’, dat ik ontbeer. - Over Nutteloos Verzet heb ik zelf later spijt gehad; ik was inderdaad te fatsoenlijk. Maar wacht nu op Ducroo!! Dan heb ik de ongezochtste gelegenheid en twee geweldige kolommen, om je te presenteeren!

Waarom Anthonie uitgesammeld is, weet ik niet (de ruime man krijgt, denk ik, vage sympathieën ook voor Hitler!) en wien dr. Brouwer gekocheld heeft, ([onleesbaar] deed het, naar het schijnt, om zijn broer van een chantagepleger te bevrijden), ook niet. Maar Greshoff weet er meer van; hij beschrijft hem als een soort Raskolnikov. Ik vind overigens, dat Raskolnikov Ortéga niet slecht vertaald heeft; wat stijf misschien, maar toch erg helder.

Over je trio-operette ‘De poëtische Rivaal’ hebben wij ons krom gelachen! Het is werkelijk ook ontzettend dwaas, al dat geharp om die uitgewisselde en half uitgeleende vrouwen! Maar je moet nu bepaald Dirk Adrianus Michel ontmoeten, als je hier bent; ik stel me daar veel van voor en ben bereid als impressario op te treden. Hij is werkelijk erg sympathiek, met al zijn zonderlinge ‘geestelijke’ Achilleshielen.

Wat ik zelf tegen die slotregels heb, is niet, dat ze ‘autistisch’ zijn, maar dat ze een belezenheid veronderstellen, die je niet veronderstellen moogt. Ik bedoel, dat een werkelijk intelligent lezer, die Salomon niet kent, absoluut de indruk moet krijgen, die D.A.M. ook kreeg. Het is net als met dien ‘homme à la tête d'épingles’ (of hoe heet hij); je tracht bij zulke gelegenheden ‘für die subtilen Geisten’ te schrijven in den zin van ‘in de litteratuur geverseerde’, terwijl dat lang niet altijd de werkelijk subtiele zijn! Het veronderstellen van belezenheid is natuurlijk tot op zekere hoogte niet te vermijden, maar hoe meer je de veronderstelling beperkt, hoe beter m.i. Iemand, die tien jaar in de Sahara gezeten had, zou, ook als hij intelligent was, een belezenheidstoespeling van na 1923 niet begrijpen. Jammer genoeg wel Henri Mayer, en erger, mevr. Iris Zeilinga-Doodeheefver!

Wij verheugen ons sterk op jullie komst! Ik schei er nu uit, want de twee baantjes besluipen mij aan alle kanten. Als ik iets vergeet, moet je het nog maar eens schrijven, zoolang ik nog amphibie ben.

hart. gr. voor jullie beiden, ook van Ant, je

Menno

 

Ik kan natuurlijk niets schrijven voor mijzelf in dezen tijd, maar mijn boek vordert in mijn hoofd. Het wordt in de eerste plaats een boek tegen het fascisme, maar geen ‘brochure’, ‘l'honnête homme en action’ zal geen Mussert dienen! Deze heer heeft, tusschen haakjes, naar men zegt 30.000 leden in zijn clubje! Alle chique, die nog te stom is voor het liberalisme, is Mussertiaan. Als die lui Het Vad. koopen, ben ik... och arme, ik moet er niet aan denken!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie