E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [16 januari 1934]

Parijs, 16 Januari.

 

Beste Menno,

Graag antwoord op mijn brieven! Je werkt hard, maar ik ook, en ik raak totaal abruti door het verdietschen van Malraux' proza met alle hinderlagen. Ik wil Hein eerstdaags een papiertje zenden met technische termen waarover ik in het onzekere verkeer: hij als journalist en ‘Reuter-kundige’ kan me allicht een heel eind helpen; of jullie samen. Bereid hem er alvast op voor.

Hierbij een panopticum-stukje. Graag in het Febr.-nummer. Als je het niet gebruiken kunt, zend het dan aan Jan voor Gr. Ned., waar zij ook een moppentrommel geopend hebben.

Ik ben van plan meer zulke bijdragen in te zenden, inplaats van te polemiseeren. Het verhaal werd mij woordelijk zoo gedaan door de goede mevrouw Nossovitsj, die wij steeds aardiger vinden. Zij heeft werkelijk humor, en zou jou zeer bevallen!

Ingesloten nog een brief van Jan over Gr. Ned., en in het bizonder over Coenen. Maar wat Coenen over Ducroo vindt, zal 99% van ‘Holland’ vinden; dat boek krijgt èn alle aestheten tegen zich èn alle moderne krachtkollektieven (nei, ik mot naar de ruizemets, naar de ruizemussertisten).

Tot nader. Brief van Jan graag terug. Hart. groeten,

je

E.

 

P.S. - Vandaag telegrafisch een bod op Gistoux aangenomen van... 170.000 belg.frs.! Er blijft zoowat geen snars over. Maar basta, en verrek!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie