E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [10 maart 1934]

Parijs, 10 Maart.

 

Beste Menno,

Ik zond je gisteren en eergisteren 2 panopticums. Als je het tweede (De Derde Knal) niet goed vindt, stuur het dan naar Jan voor zijn rubriekje in Gr. Ned. - Je stukje over Mae West was uitstekend, en heeft Bep en mij bizonder vermaakt. Jammer dat je niet de helft van deze peper in je stukje over Brand(en)-en-Hindenburg hebt gedaan! Misschien had je beter dat panopticum als een p.s. met de nieuwe datum onderaan het ‘hoofdartikel’ kunnen laten zetten dan zoo losgeslagen achteraan.

Ik kreeg een briefje van Pauwels met hetzelfde verslagje uit de N.R.C. dat jij me al zond...

Forum was gezellig, al was de poëzie over het algemeen wel erg dun. Rudie wel aardig (ofschoon zwak) maar Taeke de Groot en Frenkel eigenlijk groote snert. Het vers van Elsschot vind ik nogal bête. Grof, geestloos, Speenhoff-achtig gescheld op rijm, waar men bovendien niets aan heeft, als men niet weet wie de baardman is die bedoeld werd. [Maar ik verdenk hem ervan dat hij dit rijm aan de ‘paapsche gemeente’ heeft willen opdringen en dan wordt het voor ingewijden weer erg aardig!] Walschap is in de Vlaamsche afdeeling uitgesproken de matador; verder schreef de mysterieuze P. het beste vers in Forum van deze maand.

Zorg je nu vooràl dat mijn Liaisons met April erin staan? Dan kan je me in Mei overslaan.

Antonini beloofde me zijn stuk voor eerstdaags.

Ik ben erg benieuwd van Ant te hooren hoe ze mijn 2e verhaaltje vindt. Is het haar tegengevallen na het 1e? Lijkt het haar niet idioot? Antonini, die het 1e goed vond, vond dit 2e erg ‘onwaarschijnlijk’ (al is het dan ook voor 8/10 uit mijn familiearchief!); Vestdijk daarentegen vond het 1e niet erg ‘overtuigend’, en dit 2e - ‘dat van die Turk!’ - goed. Ik houd het in dezen op de onbevooroordeelde lezeres = Ant.

Ik heb eigenlijk lust om al deze verhalen uit Ducroo los te maken en er een apart boek van te maken, met dezelfde en andere personages erin: bv. ‘Abbie’ zou ik erg graag hernemen! Een soort van fantastische psychologische schetsenverzameling, aaneengelijmd tot ‘roman’. Wat denk je ervan?

De vertaling ROEPT - Adieu!

Je

E.

 

Vanmorgen een telegrammetje van Clara Malraux: ‘André a trouvé sa ville qui a 16 tours. Moi je vous attends à diner ce soir.’

Aardig, vind-je niet? Ze heeft doodsangsten uitgestaan, en is nu nog allesbehalve gerust. Aan André had ze tenslotte gezegd dat zijn Oostersche stad haar gestolen kon worden en dat hij op deze manier alleen maar een idiote dood kon vinden. Nu is ze blijkbaar trotsch en gelukkig!...

Wij hebben laatst met haar gegeten in de Mosquée hier, een Arabisch restaurant, met Arabische instrumenten -, neus-en-keel-muziek. Erg geschikt; als jullie weer hier komen, gaan wij ook. De hele buurt daar - vlak bij de Plantentuin, met Bernardin de St. Pierre en Paul en Virginie erin, is om rond te scharrelen erg aantrekkelijk. Daar vlakbij woont ook John Buckland Wright, met wie je ook maar eens kennis moet maken.

Verzonden 12 Maart; Bep die dezen brief zou posten heeft hem bij vergissing in haar taschje bewaard!

II

Daarnet je brief. Dus hier is een tweede blaadje, in één Brief (niet briefkaart!)

Allereerst antwoord op de 2 vragen:

Jules Romains is een beroemd man, genre Duhamel, wiens jeugdvriend hij was. [Althans hij maakte met hem deel uit van dezelfde literaire groep.] Verder een voor mij onleesbaar auteur, die ‘wijd’ grijpen wil (ook à la Duhamel) en abominabele zotheden vertelt. Alles bij elkaar een akelig iemand, niet zonder literair talent; soms ‘leuk’, soms dor vervelend, misschien expres; soms erotisch aangelegd en dan wordt het héél beroerd, soms cosmisch. Je zou veel van hem moeten lezen, want 's mans werk is erg gevarieerd. [Dit geeft geen erg goed beeld, maar ik kan op 't oogenblik niet beter!]

Van von Salomon weet je zoowat alles als je één boek leest, zijn beste, tevens zijn ‘memoires’: Die Geächteten.

Over Mussolini kan ik onmogelijk schrijven voor April, zeker niet voor 15 Maart. Beschouw mij als invalide, zeker tot eind April. (O, o, o, die verta-a-aling!) Graag wèl de Liaisons in April; het genre essay is zóó verschillend van Vestdijk, dunkt me, dat het niet erg is. Tusschen haakjes: Vestdijk over Joyce is zeer goed. De verzen van Jaap van Gelderen vind ik ‘curieus’, maar een beetje Adama van Scheltema + Forumtoon, alles bij elkaar toch niet je dat. Wel sympathiek natuurlijk.

Ik vind dat je het schetteraartje Kuyle toch wel eens affaire mag nemen, bij een komende gelegenheid. Hij schijnt nu uitgemaakt te hebben dat Engelman ook geen dichter is - en dat alleen omdat men hèm van alle kanten op smeerlapperij betrapt heeft. Als je het werkelijk niet wilt, laat mij het dan later doen (als ik weer valide ben - en in duivelsnaam!) Maar ik beloof hem dan ook een artikel waar hij voor zijn heele nieuwe gemeenschap genoeg aan heeft - en (begrijp je dit?) eigenlijk zou het mij spijten; het brengt mij dan toch weer midden in Kostersloot terug, op deze manier! O, vloek, o vloek, o...

Zal het mijn fatum zijn? - Enfin, over een week ben ik het heele mispunt misschien weer vergeten. Het is wel het smerigste prolletje dat erbij loopt, dat is héél zeker.

We wonen hier op een kamer van 3 M. 80 bij 5 M. 75 met daaraan geplakte badkamer en keuken (twee pijpeladen). Op de 6e verdieping, maar met lift. Buurt heel geschikt. Op het oogenblik begint het hier gezellig eruit te zien, en Bep kookt alweer. Dank voor de wenken van Wim. Later meer; op je verlangen naar ‘serviese verhaaltjes’ werd dubbel en vóórkomend (hoe moet ik het woord schrijven, ook met een accent blijft het vaag) geantwoord.

Haastig afscheid. Je

E.

 

Ik ben misselijk van Ferral, bij het vertalen. De vent werkt me zéér op m'n zenuwen, met en zonder Valérie. Ik gaf er wat voor als hij even levend kon worden, opdat ik hem onhebbelijk kon bejegenen! De flinkdoenerij van dien idioot is door Malraux werkelijk heel handig braakmiddelachtig aangebracht.

Last valt niet mee. Geniaal is het ook allerminst, en zooals je zegt: het is vooral met ijver gemaakt. Maar je leest het met belangstelling, zoolang je ‘kennis neemt’. Nasmaak of levende figuren, vrijwel nihil.

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie