E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Boitsfort, 27 september 1934

Boitsfort, Donderdag.

 

Beste Menno,

Dank voor brief en drukproeven: alles is gisteren behouden hier aangekomen en de proeven zijn eindelijk voor goed terug, met een paar slotregels. Wat je me schrijft is voor mij bijna geheel in orde, met uitzondering van de manier waarop je je ‘verschuivingen’ op rekening van iets anders zet dan juist van je onherstelbaar cerebrale constructie. Maar wat doet dat ertoe? in laatste instantie zijn wij het eens, ook over de verhouding waarin wij zelf tot elkaar staan: de vriendschap. Daar naast verkeer ik op het oogenblik in een staat van vermoeidheid, waardoor ik eigenlijk alles wat intellectueel is zou willen ontvluchten. Dat gaat hier in Boitsfort dan wonderwel; jammer alleen dat het een week duurt en niet een maand bv. De prikken doen ons beiden schijnbaar veel goed. Volgende week Maandag weer Parijs. Ik heb kans op een ‘baan’ aldaar bij de Utrecht; verkeer nog in twijfel, ofschoon het mij in menig opzicht aanlokt. Later meer. Sterkte tegen de domheid en steeds je

E.

 

P.S. Antwoord voor den braven W.A.K.: Nietszche had zijn aanteekeningen voor Der Fall W. al klaar, toen hij R.W. in Bayreuth schreef. Dus...!!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie