E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [15 februari 1936]

Parijs, Zaterdag.

 

Beste Menno,

Je stuk over Henriette van Eyck was weer uitstekend: nòg zoo'n ‘rotartikel’ dat je zwager van zijn leven niet schrijven zal. (Heb je nog iets uit die hoek gehoord?)

Vigilance ligt onderling overhoop, omdat een deel (Langevin) zich met Romain Rolland solidair verklaart, dat er zoonoodig gevochten moet worden tegen Duitschland, terwijl de anderen (Rivet, Alain, Gérôme) zéér kwaad zijn op Rolland en zich 100% pacifist verklaren. Nu moeten sommige lui eruit, enz. Voorloopig dus zonder belang voor ons.

En in Holland? Hoe ver ben je nu met Romein?

Ik walg van alles wat politiek is, en eigenlijk ongeveer van heel Parijs. Ik voel me doodop, kan geen behoorlijke regel schrijven en heb allerlei andere rotgevoelens, terwijl ook dat wachten op bericht uit Indië fnuikend werkt. In tegenstelling met Varangot geloof ik soms geen haar meer aan de literatuur - tenminste aan de mijne niet - en dat ik me pas rustiger zal voelen als ik een baan heb. Aan de andere kant is nu die fransche vertaling van Ducroo begonnen, die niet in de steek gelaten kan worden.

Ik ga daarvoor wschl. in Maart naar Lyon, om er met Pia aan te werken. Maar voordien zou ik wel een dag of tien absoluut rust willen hebben, en soms denk ik dat ik bij jou daarvoor niet slecht gelogeerd zou zijn. Ik heb maar één vrees: die onverwarmde slaapkamers die in Holland nog gebruikelijk zijn! Maar misschien is daar met een kruik of zoo wat aan te verhelpen? - Zou ik eventueel (ik zeg niet dat ik het doè) een dag of tien bij je kunnen komen, bv. van 20 tot 29 Februari, of van iets later tot ± 5 Maart? Maar ik ben geen bal waard, kan alleen maar heel rustig wat vermummelen, en mezelf zoet houden met lectuur (op het oogenblik Aeschylus, dus wschl. Sophocles als ik van hier wegga)!

Laat wat van je hooren, ook afgescheiden van dit plan. Veel hartelijks onder ons vieren,

je

E.

 

Jan en Atie blijven hier tot de 20e, dus ik kan in geen geval eerder weg. Misschien zou ik met hen samen kunnen reizen tot Brussel. Maar ik opper het heele idee nu nog maar vaag; als ik mij dezer dagen opeens beter voel ga ik misschien toch wat werken, of mezelf suggereeren dat ik dat doe.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie