Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 3 juni 1937

Den Haag, 3 Juni '37.

 

Beste Eddy

Fabelachtig lang heb ik je niet geschreven; deels, omdat ik het contact met Bali toch niet voor practisch mogelijk hield (en dus wachtte tot je terug was), maar grootendeels ook, omdat allerlei ervaringen mij steeds meer van schrijven überhaupt afschrikten. Ik heb momenteel eigenlijk geen essentieeler verlangen, dan om veel ideeën te hebben en ze voor iedereen te verbergen, met wien ik niet direct kan praten. Dit slaat natuurlijk niet op onze correspondentie, maar die wordt onwillekeurig meegesleept in den algemeenen banjir van dégôut van de penvoering.

De eerste ervaring was, onlangs, de afrekening van Nijgh en v. Ditmar over 1936, betreffende 6 boeken (Hampton Court ± Pantserkrant), waaruit mij bleek, dat mijn gehoor sedert 1935 weer kleiner is geworden. Er wordt ongeveer niets meer van mijn boeken verkocht; het meest nog van Carnaval d.B. (11 ex.); van Pol. z.P. 2 ex., van de rest ongeveer hetzelfde. Onwillekeurig is dit volkomen ontbreken van een echo toch zeer ontmoedigend. Ik verlang waarachtig geen menigten, maar zelfs een ‘kleine kring’ ontbreekt. Resultaat: Nijgh & v. Ditmar zijn nu al 1 ½ maand te laat met mijn nieuwe boek, dat uiterlijk 30 April zou verschijnen en nu nog moet komen!! Allerlei voorwendsels moeten dit gebrek aan belangstelling hunnerzijds dan camoufleeren.

Veel onpleiziger (want dit eerste kun je tenslotte in wezen normaal noemen) is de tegenwoordig aan de krant op mij uitgeoefende druk om meer boeken van Alie Smeding en... Melis Stoke te bespreken, inplaats van ‘al die geleerde en speciale boeken’, zoals de heer De Lang het noemt. Alles is ineens te moeilijk, alles moet middelmatiger; dit onder invloed van een dominee van de Oxford beweging, die de biechtvader is van mevr. De Lang, die haar echtgenoot beinvloedt, die weer op Schilt pressie uitoefent. Aangezien ik het verdom om in mijn Zondagsartikelen een anderen toon aan te slaan of andere onderwerpen te behandelen (dat is een sine qua non), komt het erop neer, dat ik die ellendige vodden van Alie Smeding of Melis Stoke extra moet afdoen, hetgeen me weer meer tijd zal kosten; en bovendien een massa ergernis. Ik kan jullie bij deze heerschende strooming niets beloven over het plaatsen van artikelen. Het is allemaal ‘veel te moeilijk’, en ‘het hoort in een tijdschrift thuis’, heet het dan. Ik doe mijn best voor wat ik hier heb (Java en de Islam is een paar weken geleden al geplaatst), maar ik kan tegen deze mentaliteit niet op. Zij ontneemt me ook alle lust om nog iets te probeeren, dat een beter niveau zou kunnen bevorderen. Ik zelf weiger iedere concessie aan de qualiteit van wat ik zelf schrijf, maar mijn sfeer uitbreiden zal ik voorloopig stellig niet kunnen. Het zal misschien wel weer overwaaien, maar zooals het nu staat, is het niets gedaan met het ‘nauwe straatje’ (dat was weer een uitdrukking van Schilt voor mijn litteraire critiek, al is hij in deze quaestie steeds zeer geschikt en al heb ik den indruk, dat hij tegen zijn zin en onder pressie van De Lang die populariteitswoede tegemoetkomt).

Inmiddels is de heer Mussert voorloopig knock out geslagen, en ook dat geeft onwillekeurig een gevoel van malaise. Hij was een zeer geschikt object om en passant ook diverse slagen te incasseeren, die meer voor de algemeene hollandsche mediocriteit bestemd waren; en nu is hij er plotseling niet meer, deze dierbare vijand! Ik hoop overigens toch maar, dat mijn brochure (die je inmiddels wel ontvangen zult hebben) over de rancune de N.S.Bers nog een paar stemmen gekost zal hebben. Maar duidelijker dan ooit merk ik nu, na den nederlaag, dat mijn oppositie tenslotte niet de N.S.B. geldt, maar de mediocriteit... waarvan ik tevens begrijp, dat zij noodzakelijk en onoverwinnelijk is. Dat is een ‘Sackgasse’.

Vandaag je brief van 28 Mei. Bij voorbaat dank voor de platen, waarnaar je beschrijving mij zeer nieuwsgierig maakt. Ik zal aan de hand van je aanwijzingen voor een rechtvaardige distributie zorgen. Jan Greshoff, die vandaag toevallig even hier is, heeft je brief ook gelezen. Hoe was het op Bali? Misschien heb je iets per mail vandaar gezonden, maar er bereikte ons nog niets vandaar.

Ik ontdekte een heel interessante, volkomen onbekende correspondentie van ‘Dek’! Die verschijnt nu in Gr. Ned. van Augustus. Vrijwel geheel over Edu, en precies datgene, wat Pée niet wist. De brieven zijn gericht aan Van der Hoeven, een Rotterdamsch vriend van Multatuli, en omvatten de jaren 1879 tot 1882. De raté Edu, die blijkens deze correspondentie ook gapte en oplichtte, komt er even duidelijk in uit als de au fond altijd weer royale Multatuli. Curieus is, dat ook hier een vergiftigings-complex opduikt, dat veel analogie vertoont met de z.g. vergiftiging van Carolus; M. is n.l. bang, dat Edu hem, Mimi en Woutertje zou kunnen vergeven, als hij hem in huis nam. - Heb je overigens mijn in haast geschreven laatste briefje ontvangen over het bewuste stuk uit het Multatuli-museum? Je weet dan, dat de foto uit den Havelaar van Meulenhoff precies klopt met den tekst, die ik heb gecopieerd, m.a.w. die tekst is. - Van Gans (den uitgever) heb ik verder niets meer gehoord. Maar hij beloofde me jou zoo spoedig mogelijk te zullen schrijven, als hij zekerheid had. Er zit natuurlijk groot risico (en daarom veel gereken) aan zoo'n zaak vast. Een uitgave in 2 kol. zal het zeker niet worden, als ik goed begrepen heb! Het kan ook anders.

Wat het geld voor die Multatuli-dingetjes betreft, dat is de moeite niet waard. Houd er geen kas van en laat s.v.p. loopen! Maar die ‘correspondentkaart’ van het Vad. kan ik je onmogelijk bezorgen, want Schilt is daarmee erg zuinig en geeft die alleen voor zeer speciale, vooraf overlegde ondernemingen. In de huidige omstandigheden is er heelemaal geen kijk op. Het spijt me, maar ik kon je niet van te voren waarschuwen, omdat de korting door jullie al verkregen was! Kun je het er zoo niet doordrukken? Of anders van De Groene iets loskrijgen?

Wij maken het naar lichaam en geest verder goed. Het huis is een verkwikking in alle onverkwikkelijkheid, want het is dorpsch, luchtig en ver van bureau. De tuin is zeer prettig.

Ik hoor juist, dat de Van der Hoogtprijs zal worden toegekend aan... Henriette van Eyk, godbetert. Vestdijk schijnt nog altijd niet ontdekt te zijn.

Tot spoedig nader. Veel hartelijke groeten van Bep en van Ant!! Heb je niet eenig fotografisch materiaal, dat inzicht geeft in jullie woning en toestand? Wij zouden daarvan dolgraag iets zien, ook van Alijntje.

Een hartelijke hand van je

Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie