E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Mr. Cornelis, 10 augustus 1938

Mr. Cornelis, 10 Aug. '38.

 

B.M.

Ik vond dezen heer in een Biogr. Wdbk. en ben om verschillende redenen van gevoelen dat dit een voorvader van je moet zijn. Zou je niet wat meer van hem te weten willen komen?

E.

 

Ik schrijf spoedig langer, uit Rantjasoeni. Hier is alles me te rommelig, we kampeeren zoo.

 

Balduinus ter Braak, of ter Braek, geb. 1697 te Groningen, als predikant te Katwijk a.Z. bevestigd 2 Juni 1720, wegens overspel 1732 afgezet, liet zich daarop als student te Leiden inschrijven (23 Juli 1732) en gaf tegelijk onderwijs in latijn en grieksch, wat hem op voorstel van prof. Havercamp door den Senaat werd verboden (Act. Sen. 9 April 1734). Hij werd 1738 weder beroepbaar verklaard. In dat jaar volgde hij Henr. Hoogeveen als rector te Woerden op.

Hij schreef: Eerste melk der kinderen (2e dr. 1725); Melk voor zuigelingen (1724); Zeden en Mengelstoffen vervattende 20 Predicatiën (1731). Hij vertaalde Bern. de Moor, Oratio de imperfecta Ecclesiae militantis felicitate (1745) en Joh. la Placette, Over de ongeneeslijke algem. twijffelinge der Roomsche Kerk (Leiden 1738). Over zijn wangedrag gaf hij een Belijdenis, verdediging en smeekschrift.

Zie: Strodtmann, N. Gel. Europa IX, 163; XI 598; XII 1049; de Wal, Nalezingen.

(Nieuw Nederl. Biograf. Woordenboek, onder red. v. Dr. P.C. Molhuysen en Prof. Dr. P.J. Blok, deel 1 kolom 447).

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie