E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bandoeng, 20 december 1938

Bandoeng, 19 Dec. '38.

 

Beste Menno,

Even antwoorden op je brief van zoonet: blijkbaar heb je wel het nr. van K. en O. met mijn 2e ronde tegen Z. gelezen, maar nog niet de knipsels gekregen die ik je toch vrijwel tegelijkertijd zond. Ik wacht dus met verzenden van dezen, tot ik opnieuw bericht van je heb, ik vermoed: met den volgenden luchtpost.

Die Apollinaire. Je weet dat ieder versje in dezen bundel - zoowel Apoll. als Radiguet als Pia zelf - van Pia is. Maar vertel dat niet aan iedereen.

De mannen van K. en O. zullen dolgelukkig zijn als je een stuk voor ons schrijft over 't Comité van Waakzaamheid of wat ook. And what about die landverraaiers van de Nationaal-Socialist, die nu al bezig zijn onze Anschluss voor te bereiden? [Las je Den Doolaard's Hakenkruis over Europa? Dat is, van hier gezien, toch lang niet slecht.]

Ik zou je haast willen voorstellen: neem een abonnement op dit K. en O.; het kost maar ƒ 2. per kwartaal. Vraag Fred Batten ook om zich erop te abonneeren, als het kàn. Het is het eenige onafhankelijke blaadje in heel Indië en Z. doet wat hij kan om het plat te drukken. Hij heeft nu een 2e stuk per deurwaarder ingeleverd. Mijn onderschrift is nu nagelezen door een advokaat, zoodat wij zijn nieuwe stuk zullen kunnen weigeren. Anders loopen onze abonnés weg door de verveling van het geval. Er zijn nu al genoeg ‘nette menschen’ die klagen... Volgend jaar begint de nieuwe jaargang, dan moeten we ons in principe een ‘zekerder’ publiek veroverd hebben.

Waar kan ik dat boek van Henri Bruning krijgen? Je vergat de uitgever op te geven. - De brieven van Burckhardt hèb ik, Henny gaf ze me indertijd. Ik las ze nog niet, maar ze trokken me voortdurend aan. (Ik lees helaas bijna nooit meer wat me aantrekt.)

Een uitzondering daarop is je In Gesprek... dat 3 dagen geleden arriveerde en waarvan ik de eerste helft al met groote geboeidheid las. Erasmus en Macchiavelli zijn best (waarom hier Luther niet bij gedaan?); Saenredam alleraardigst, Rembrandt vlot en amusant, maar wel èrg tot nuchterheid herleid, of laten we zeggen: in nuchter weeldegevoel omgezet. Ik vind 't een uitstekend opstel, maar blijft toch overtuigd dat hij ook nog wel anders was. Hofwijck aardig en misschien knapper dan je bezoek aan 't Spinozahuis, maar dat laatste was ongedwongener, charmanter; waarom heb je dat hier niet bij gedaan en er hfdst. I en II van Twee Bezoeken van gemaakt? Jammer! want op dat Spinozahuis was ik echt gesteld. Geef het nu later met je stuk over Arles, dat ook erg aardig was. Stuk over Diderot en Luppol uitstekend. Ik lees nu verder nà 't Multatuli-stuk.

Overigens een beetje beangstigend, te hooren dat die ‘depressies’ je weer eens te pakken hebben. Consulteer een arts die gevoel voor zooiets heeft en menageer je; rust liever wat veel achter elkaar dan je opnieuw erdoor te laten overvallen in sterkeren vorm. Ook van Jan krijg ik erg gedeprimeerde berichten, zoodat ik me werkelijk wat ongerust over jullie maak. Als jullie me in Europa gaan ontvallen, omdat je ‘onklaar’ wordt en zoo, voel ik me hier in Indië wel erg aan de (anti-)Joden overgeleverd. Schrijf Chiaro eens en vraag hem berichten over zijn vrijmetselaarschap van menschen, die elkaar ‘herkennen’ moeten, juist in dezen tijd. Is dat het idee van Caillois?

Ik denk niet dat deze aanvallen overigens van invloed zullen zijn op je essay-roman of wat ook, als je creativiteit je te machtig wordt. Dostojevsky schreef zijn meesterwerken wel met aanvallen van epilepsie ertusschendoor.

Binnerts is inderdaad wel zooals je zegt. Hij en Samkalden zijn wel je vurigste bewonderaars hier; B. ook van Vestdijk; S. stelt jou boven alles en vertelde me onlangs zooiets van: dat Greshoff, Marsman en ik toch eig. niet schrijven konden bij jou vergeleken, - wat ik hem toch maar krachtig afgestreden heb. [Ik zeg er nu tegen jou bij dat ik In G.m.d.V. zoo verdomd goed geschreven vind, dat ik van den stijl geniet, apart van intelligentie en onderwerp!] En Vestdijk vindt hij heelemaal ongenietbaar. Schrijven als jij, dat is nu zijn ideaal.

Mark Rutherford is Hale White - dat vind je allemaal in de inleiding. Wat je daar niet in vindt, is dat Gide dol was op dit boek en erover gedacht heeft het te vertalen. Ik heb er geen contact mee: het is mij te speciaal-protestantsch.

Tot zoover voor vandaag; de rest is voor als je brief komt.

 

20 Dec.

 

Vanmorgen ging ik naar 't postkantoor een aanget. stuk afhalen, dat bleek al je antwoord te zijn. Ik geef het straks aan Seubring van de Pr. Post; het komt er dan Vrijdagavond in (d.i. over 3 dagen). Het is jammer dat je dien ploert niet meteen een platte leugenaar heb genoemd - dat was de opwelling van Koch toen ik hem je antwoord zooeven liet zien - maar dat doe ik nog wel bij gelegenheid.

Hij zal overigens natuurlijk zeggen dat jij liegt! De vent staat wel voor niks.

Ik stuur je je stuk en event. zijn repliek erop. Maar deze brief kan nu wel weg. Ik las in den nacht nog de stukken over Gorter, Leopold, Couperus, Van Schendel en vind het boekje eenvoudig verrukkelijk. Misschien heeft Sk. toch gelijk dat jij nog het best, althans het ‘gaafst’ schrijft, van ons allen; als ik deze opstellen lees heb ik althans geen zin meer om mij tegen die uitspraak te verzetten! Er is niets in van depressie, of zelfs maar van een gevoel van bedreiging door de europeesche warwinkel; je zou zeggen dat deze intelligentie bezig is geweest aan de Middell. Zee in een tijd van niets dan carnaval in Nice. Wordt het verderop nog somberder? ik geloof van niet. Ook van stijl voor de krant is niets meer in deze opstellen over; ze zijn absoluut volwaardig. Ik toets met griezelen hieraan wat een vulgariseerend gelul mijn schrijverij voor Indië in 't Bat. Nwsbl. is; je verliest daar niets aan heusch!

Tot nader dus. Heel hartelijk gegroet, en natuurlijk ‘verdubbeld’, door steeds je

E.

 

P.S. - Bep wil dat ik je op deze ruimte nog even dit grapje van Alijn vertel, als ‘anecdote over den zoon van den polemist’. Ik zat laatst hier nogal fel te discussieeren met een jong ambtenaar, Van Leur; en Alijntje zat er bewonderend naar te kijken. Opeens draaide hij zich naar Bep en zei: ‘Als ik groot bent, mag ik ook hàrrrd tegen meneer Van Leurre zeggen, net als pappa, ja?’

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie