E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bergen, 7 april 1940

Bergen, Nesdijk 19.

Zondag, 7 April '40.

 

Beste Menno,

Met vreugde hoorden wij dat de roman je meesleurt. Laat je nu maar niet door de duitsche dreigementen verstrooien, totdat de bommen op ons regenen, en houd de ‘inspiratie’ vast! De titel is heel goed, lijkt me: erg uitlokkend.

Ben zeer benieuwd naar je fragmentarische bespreking - ontpersoonlijkt! - van de rel der wraakzieke weduwvrouw. En of de Kruisinga's dan weer met ingezonden stukkies komen, en de andere Kühren. Vraag Hein mij alles te zenden wat hij ziet over de Luizen.

Ik zal hem een overdruk van Mul's faciëngalerij sturen, als ik die zelf krijg. Ik zou er een stuk of wat krijgen, maar zie niets. Je schrijft erover alsof je 't stuk al gezien had, edoch ik arme denk nog steeds dat het heele Elsevier's vanwege de huwelijksemotie van Tielrooy in het ei gebleven is. Krijg ik die overdrukken, dan zend ik er 2 naar Het Vaderland: een voor jou en een voor Hein. Heeft Hein zijn portie Luizen ook gehad?

We hebben een huis - daar schrijft Bep je over.

Laat Leopold vooral een ex. Hitler sturen; waarom zou hij er geen meer hebben? Hij heeft ze toch goed verstopt?

Ik heb nog niets afgemaakt over die Stendhal-vertaling. Als de Mult.-uitgave doorgaat (daar mag je nog niets van openbaren!), dan zie ik er wschl. van af. Anders doe ik het misschien nog. Tot zoover voor heden. Hartelijk gegroet 2 × 2, je

E.

 

P.S. Als de Gruyter wat over die Mult. portretten schrijft, wil je me dat stukje dan zenden? Kan Hein misschien dat over die auteursteekeningen in K.K.K. nog vinden?

 

P.P.S. - Dat vers van Willem v. Hogendorp op Betje wou ik ook nog als bijlage achterin het V.B.-nr. doen. Ik stuurde het Stuiveling op met de mededeeling dat jij het vast prachtig vond. Hij vindt het ook best, alleen moet het huiselijke woord ‘poepen’, dat slotrijmwoord is, volgens hem gedrukt worden als ‘p-pen’. Ik vind ‘p...pen’ mooier. Dus aldus.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie