Menno ter Braak
aan
R.A.J. van Lier

Eibergen, 30 maart 1932

Eibergen, 30 Maart '32

 

Beste van Lier,

Veel dank voor de toezegging van je manuscript en brief. Ik heb gisterenavond ‘De Ontdekkingsreis’ gelezen en zou je gaarne mondeling daarover mijn oordeel formuleren. Er zijn goede fragmenten in, de beschrijvingstechniek is zelfs m.i. heel goed, maar het geheel vind ik niet goed. Reden en verdere zaken mondeling.

Ik ben waarschijnlijk Donderdag weer in Rotterdam terug. Kun je Vrijdagavond, of Zaterdagmiddag of Zondag te mijnent komen? Schrijf even, wat je het beste schikt. Je moet van het station Hofplein of D.P. lijn 21 nemen.

‘Mientje Maanster’ komt in het Mei-nummer. Wij hadden het nog in April willen plaatsen, maar de zaak ‘barstte’. Over mijn sollicitatie is nog geen zekerheid. De heer Verdenius schijnt wel ernstig over mij te denken, maar er zijn, meen ik, 40 sollicitanten.

Tot ziens dus!

v.gr. tt.

Menno ter Braak

 

Over Nietzsche ook mondeling!

 

[in handschrift van Van Lier:] Zaterdagmiddag 3 U.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie