Menno ter Braak
aan
R.A.J. van Lier

Den Haag, 29 januari 1938

Den Haag, 29 Jan. '38

Kraaienlaan 36

 

Beste Rudie

Hartelijk dank voor je gelukwensch, vorige en daaropvolgende brief! Ik heb een en ander zeer op prijs gesteld, maar ik kom pathologisch weinig tot schrijven, in de ‘seizoensmaanden’. Zij overbelasten mijn schrijfmacht, niet zozeer psychisch als wel gewoon physisch.

Het verheugt me, dat je de opdracht van het boekje ‘Mephistophelisch’ aanvaardt. De proef, die je natuurlijk kunt houden, is een voorloopige tekst, want ik heb er nog zeer veel in veranderd en naar ik hoop verbeterd. Het geheel is uiteraard een ‘intermezzo’, maar ik ben toch zeer gehecht aan dit geesteskind, en vooral als manifestatie van kortheid en concreetheid wilde ik het den heeren van de langademigen dreun in het gezicht...werpen is veel gezegd, maar toch aan hen ‘adresseeren’. Als tegenwicht kwam mij daarbij vanzelf de opdracht aan jou voor den geest, die in menig jaar voor mij een soort ‘baken’ geweest bent van de reactie op letteren, die ik als de eenig-juiste waardeer. Ik heb me altijd op het standpunt gesteld, dat een opdracht vol zin moet zijn, en dat anders een boek niet moet worden opgedragen. Zoo wenen mijn ‘Christenen’ zonder opdracht want ik heb bij het in-druk-zenden aan niemand speciaal gedacht, en zoo is dit mefistoffeltje vanzelf jou toegeeïgend. Ik hoop, dat de ‘president’ het je niet zal nahouden!

Mijn vaste voornemen is om in Februari een weekend naar Parijs te komen; waarschijnlijk na den 15en, want eerder ontbreken mij de contanten. Misschien zal Ant niet meekomen, want zij wil naar Groningen, maar dat is alles nog onzeker. Kan ik (wij ev.) in jouw pension logeeren?

Van Gorter kreeg ik een paar stukken, waarover ik hem zal schrijven, zoodra ik werkelijk tijd heb, en niet geparalyseerd ben. Wil je hem dit zeggen? Het is misschien een vage belofte, maar ik hoop hem binnenkort te ontmoeten.

Tot ziens dus, hoop ik!

hart. gr. tt.

Menno ter Braak

 

Gans belde mij te middernacht op, onlangs! Wij waren al rustend, en zoo moest ik hem verzoeken elders onder dak te komen. Den volgenden dag ben ik hem ook weer misgeloopen.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie