Nieuwe uitgaven

Wanda Koopman. Proeve in Strategie. (Brusse, Rotterdam, 1933).

Hoewel deze bundel verzen een typisch onvolgroeid talent te zien geeft, heb ik er meer sympathieks in gevonden dan in ontelbare volmaakte producten van gerijpte en meteen in den litterairen dood geclassificeerde geesten.

Er staat bijna geen gaaf vers in dit boekje, op zichzelf bijna een bewijs, dat het wat waard is. Het dobbert hoofdzakelijk tusschen de invloeden van Van Vriesland (er zijn bijna letterlijke ontleeningen aan zijn poëzie!) en Marsman, maar niet op de wijze der stille epigonen; het is eenvoudig een nog-niet-kunnen, dat zich noodgedwongen uit in de vormen van anderen.

Het meest adaequaat aan de tegenwoordige ontwikkeling van Wanda Koopman lijkt mij het innerlijk conflict tusschen de beschaving, die haar niet bevredigt en waarvan zij niettemin zelf onmiskenbaar een onderdeel uitmaakt.

Vertwijfeling
 
Ik heb het koudvuur van mijn klasse in mijn aderen
 
De kille hartstocht om het teeken van mijn vingers
 
te planten in het grauwe kleivlak van hun wereld.
 
 
 
De burgers, de parasieten, hun bleeke larf-gezichten
 
duiken in mij op, de romp is lang verdwenen –
 
Maar oogen, doffe weerschijn van benauwde ruimte,
 
 
 
Walmend kaarslicht in een dood-geboren morgen,
 
Boven slap-hangende monden, vormelooze,
 
En de losse stengels van hun halzen,
 
 
 
Bedreigen nu mijn zolder. Al het ongezonde
 
Vleesch zweeft als lijken met de golven zweven.
 
 
 
En voor dezen moet ik spreken?

Deze toon van verzet tegen geijkte waarden is van een volledige oprechtheid; de benauwenis, die er uit spreekt (het altijd weer opduikend besef, eigenlijk voor ‘allen en niemand’ te schrijven, met het accent ditmaal op ‘niemand’) is een ervaring, waaraan geen auteur van formaat voorbij kan gaan. Daarom geef ik er veel gladde versificatie voor cadeau, en ik zie met belangstelling uit naar een volgenden bundel van mej. Koopman.

 

M.t.B.