De dertig beste gedichten

De Dichters van het Jaar. (Bigot en Van Rossum, Amsterdam, 1938.)

Dat de Nederlandsche poëzie nog altijd een zeer waardevol gemiddelde oplevert, blijkt wel uit een uitgave als de tweede reeks ‘De Dichters van het Jaar’, waarin de dertig beste gedichten uit de tijdschriften van 1937 zijn bijeengebracht. De redactie van dit uitstekend verzorgde boek berustte bij Anton van Duinkerken, Roel Houwink en Victor E. van Vriesland, een gezelschap dus, dat groote onpartijdigheid en deskundigheid bij de keuze waarborgt.

Men kan de poëzie beoordeelen naar de persoonlijkheid der dichters of naar de ‘geslaagdheid’ van het afzonderlijke gedicht. Uiteraard gold bij de samenstelling van dezen bundel het laatste criterium), met het gevolg, dat ook van minder belangrijke persoonlijkheden goede gedichten zijn opgenomen. Mits men daaruit niet de conclusie trekt, dat één ‘geslaagd’ vers ook een groote persoonlijkheid maakt, kan zulk een doorsnede geen kwaad; zij bewijst immers, dat de kristalliseering der gevoelens en gedachten tot poëzie een heel speciale chemische quaestie is: niet meer en niet minder.

De keuze der dertig gedichten lijkt mij over het algemeen bijzonder gelukkig. Deze uitgave zal dus wel aftrek vinden.

M.t.B.