P. van Andel
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 9 maart 1935

9 Maart '35

 

Zeer geachte Dr. ter Braak

't Is maar beter geen uitstel te geven aan den brief, die ik U heden morgen per telefoon toe heb gezegd. De ‘scherf’ van heden morgen is toevallig ook op den langen duur der eerlijkheid afgestemd en op het ‘non tali auxilio’ der wetenschappelijk en politiek ernstigen ingeschoten: waarvoor ik op dit aambeeld durf blijven doorhameren, nu er nog heet ijzer op ligt. 't Ruwe meêdoogenlooze succesleven eischt immers zoo dikwerf ook koud-smeden! -Wanneer men Lucas 2.14 (de Engelenzang) op den keper beschouwt naar de grieksche bewoording, dan ligt daarin onmiskenbaar eene s??e?d??? (van s?? & e? & d???µa?). Eene synecdoche is eene zoogezegde ‘rhetorische figuur’, die berust op eigen-van-zelfsprekendheid in gelijke woordstammen aan den dag tredende bij 't bezigen in een bepaald zinsverband: zooals men o.a. ook mag rekenen op 't vermogen tot eigen geestes-verband hechten aan een ‘pars pro toto’. -

Luc. 2.14 luidt ???a ?e? ?uf?st??? Te? ?a? ?ep? ??? e????? ?e? a????p??s e?d???a(?). Er bestaat twijfel omtrent die laatste sigma maar de zin verandert daardoor geenszins... zult U wel gewaar worden.

U ziet wel dat in ???a ('t eerste woord van het zinsverband en in e?d???a toevallig het allerlaatste woord, edoch daardoor evenzeer òpvallend) de zelfde woordstam huist; dat n.l. één zelfde verbaal abstract in die beide woorden vóórondersteld ligt. ???a wordt aan God toegeschreven en evenzeer e?d???a aan de menschen... à priori - Nu handelt dat ‘leit-motiv’ inhaerent in ???a en in e?d???a allerminst over iets onbenulligs (zulks brengt de plaats in den geschrifte bereids van zelve meê) maar voor iemand die grieksch verstaat, is het duidelijk, dat 't hier gaat om iets geestelijks en nog wel zéér hoogs; 't geen allermoeilijkst buiten het grieksch blijkt weer te geven.

Als ik U neerschrijf wat de Vulgata onder de niet geringe autoriteit van den heiligen Jeroen (Hieronymus) (331-420) ervan heeft gemeend te moeten maken n.l.: Gloria in altissimis Deo, et in terra pax hominibus bonae voluntatis, dan ziet U dat e?d???a door bona voluntas is weergegeven en dat n.b. dat ‘gloria’ niet alleen niets daarvan in ‘verband’ meêbrengt, maar dat er van eenige synecdoche niets is terecht gekomen of overgebleven. Onze vertaling van Luther, die door de Statenvertaling is gehandhaafd, heeft den geest der Vulgata daarin voortgezet zonder in te gaan op de fundamenteelen zin der in het grieksch daarin vanouds neergelegde wezenlijke, ja geestelijke gemeenschap tusschen God en de menschen.

U weet natuurlijk wel, dat 't grieksch op allerlei plaatsen zijne verwantschap laat zien met onze Germaansche taal en zoo ook ligt in dat d??a e?d???a ònze woordstam uit ons woord ‘denken’: toevallig bij ons ietwat ‘genasaleerd’, edoch als men zegt: ik dacht of in 't woord ‘gedachten’ zijn ònze nasaleeringen niet meer aanwezig.

Dat dat woord ‘d??a’ nog-al-zoo-iets ‘in de mars’ voerde in die dagen der hellenistische tijden van de wording van het Nieuwe Testament, moge U hieruit blijken, dat het welbekende slot aan het ‘Onze Vader’ gebed, luidende: want U is het koninkrijk en de macht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid, Amen... in het grieksch luidt: ?t? s?? est?? ? ßas??e?a ?a? ? d??aµ?? ?a? ? d??a e?? t??? a???a?, aµ??. -

Het bekende en zéér te waardeeren gezegde n.l. ‘verba valent usu’ mag hier wel ereis overwogen worden: want dat ‘usus’ van d??a moge onder anderen in zijne enorme draagwijdte hieruit blijken, dat er al vanouds uit Aristoteles' tijd eene hoog, zeer hoog bedoelde trias of trilogie geldt, n.l. die van den climax e????e?a, d??aµ?? & e?te???e?a waarin U evenzeer de d??aµ?? in 't midden zi[e]t pareeren en fungeeren en de e????e?a op de plaats der ßas??e?a... maar nota bene, ja, nota optime.....de e?te???e?a op de plaats der ???a boven de d??aµ?? uit!! dus: gaat ook ???a boven de d??aµ?? uit!!

Ik zie wel in mijn grieksch (hellinistisch natuurlijk... maar dat is praktisch éénder met ons gymnasium-helleensch grieksch en 't is dan ook kortweg ‘ongehoord’, dat ons N.T. niet op het gymnasium noch lyceum behandeld en vertaald pleegt te worden) ik zie wel, dat dat slot van 't ‘Onze Vader’, 't welk toch wel steeds als bij-behoorend wordt gebeden, ik zie wel, dat dat tusschen haakjes is geplaatst geworden; maar de woordwaarden daaruit hebben toch maar eeuwen- en eeuwenlang gegolden voor niet meer heidendsch voelende grieken en voor grieksch kennenden.

Waarom nu dit alles?

Om U te doen zien, dat in dien Engelenzang, die in 't N.T. is bedoeld als inleiding, uitbazuining van de geboorte van den jongen Vrede-vorst (uitbazuining door de Engelen) in het grieksch à priori iets diepgaand-fundamenteels van-zelve-sprekends is neergelegd, wat nòch de Vulgata, noch Luther hebben vermogen weer te geven... waardoor het ‘zich kinderen Gods’ weten in iets dat boven 't gewoon vermogen uitgaat, door eene op zich zelve geenszins ‘dynamisch’ gerichte noch aldus geredigeerde huldebetuiging is komen weergegeven te worden. Alles met bijbehoorende muziek sedert St. Jeroen allerlieflijkst geëncadreerd; maar 't wezen ligt er sedert dien buiten: het wezen dat door de volgelingen van een onveranderbaar Luthersche vertaling in dezen wordt voorbij gezien... en een ‘uitverkiezing’ à priori niet alleen uitsluit, maar daarvan zelfs niet rept. Ook in de vertaling van Joh. 14.6 ??? e?µ? ? ?d?? ?a? ? a???e?a ?a? ? ??? is het woord waarheid ontoereikend van strekking; 't zoude waarachtigheid moeten luiden (om tegemoet te komen aan die afwijzing van uiterlijke waarheid: door te doen denken aan a & ?a????e??.

Onze hedendaagsche maatschappelijke verhoudingen verdragen die fundamenteele ontoereikendheid niet langer, waar ze metterdaad al sinds eeuwen wèl toereikend is gefundeerd en gedirigeerd geweest en... ... zulks ziet ook een pruis als Osw. Sprengler voorbij in zijn ‘wir wissen heüte’ - Aan een universiteit heeft hij zich te uiten: wir meinen of wir glauben zu wissen en dan ligt daarin zijn menschelijke a???e?a, zijn eerlijkheid tegenover ons en tegenover zich zelve: zijne niet evasieve levenshouding. Wij menschen hebben waarheid in ons: maar niet de waarheid. 't Latijn maakt daarin niet eens onderscheid!! Ego sum via et veritas et vita. - U behoeft niet te antwoorden aan Dr. P.v.A.

 

<Van de inderdaad phenomenaal opgezette bijbelvertaling van ‘Luther’ gesproken!! >

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie