J.C. Bloem
aan
Menno ter Braak

Breukelen, 18 maart 1932

Breukelen

18 Maart 1932

 

Beste Menno

Ik vergat Zondag nog, je bijgaand proza mee te geven, waar ik het terloops even met je over gehad heb. Het is van een nog bijna-ongedrukt jongmensch (hij heeft eens één kort stukje in Groot Nederland gehad), dat een paar maal bij mij is geweest. Ik wilde hem graag wat helpen, omdat het mij lijkt - voorzoover je daar bij een beginner over kunt oordeelen - dat er wat in hem zit. Ik vind in de eerste plaats, dat hij schrijven kan en in de tweede, dat hij een soort van kalme ironie heeft, die persoonlijk en echt is en die in dit stukje (dat in G.N. dat heel kort was, was misschien nog curieuzer: het ging over het bezoek van een prins aan een schilderijtentoonstelling) verheft boven de gangbare ‘realistische’ novelle. Schrijf mij eens wat je ervan denkt en of je het mogelijkerwijs in Forum wilt opnemen.

Het speet mij, dat onze discussie Zondag door je vertrekuur stopgezet werd: ik geloof, dat wij het eigenlijk op den duur eens zouden zijn geworden, voorzover wij dat eigenlijk al niet waren. Ik hoop dat Truida en jij ons van 't voorjaar spoedig weer eens zult komen bezoeken, het was dezen keer maar zoo kort.

Hoe staat het met de sollicitaties? Ik ben erg benieuwd naar het resultaat. Schrijf je mij even een briefkaartje, als er wat bekend is?

Hier uiteraard geen nieuws. Donderdag gaan wij naar Bergen, maar komen Dinsdag daarna al weer terug. Misschien kom ik begin April in Rotterdam, maar dan zijn jelui er niet.

Heel veel hartelijks voor Truida, ook van Claartje, die evenzeer hoopt, dat jelui gauw weer eens hier zult komen. En geloof mij inmiddels,

steeds

je Jacques

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie