Johan Brouwer
aan
Menno ter Braak

10 maart 1937

10/III

 

Persoonlijk.

 

Zeer geachte heer ter Braak,

Dank voor uw brief. Uw vorige brief was kwetsend door toon en bewoordingen.

 

Mij heeft de affaire Ribeiro zeer pijnlijk getroffen. Ten eerste, de heer de J. is pas drie jaar geleden in Coimbra op een zomercursus wat Portugeesch gaan leeren, hem paste dus in een onzekere zaak als beginneling eenige bijzondere voorzichtigheid. Hij had mij een briefkaart kunnen schrijven en naar de juiste strekking van m'n voorbericht kunnen vragen. Ik zou hem dan aangetoond hebben dat de verzoeken van Ribeiro en my uitgegaan waren, dat de bedoeling van ons beiden was hem in een zoo groot mogelijke ned. kring bekend te maken, zonder dat dit zijn werk wezenlijk raakte. Ribeiro heeft ontzaglijk aan dit boek gewerkt (vgl. 1e oorspr. Spaansche en 3e ed.)

Zelden is een boek met meer zorg en studie vertaald. Ik heb Macario overal gevolgd, heb zelfs dien autotocht goeddeels (in 't donker) gemaakt enz. Hoe weinig het boek ‘verminkt’ is blijkt uit uw eigen critiek.

 

Soit. Wat m'n Cortés betreft, die is woord voor woord verantwoord zie de noten. Hy berust op contemporaine gegevens. De Kathol. hebben het gewraakt als te nietzscheaansch. Zij hebben dat goed gezien. Ik teeken Cortés als den heros.

De Gruyter, kenner van den mexic. archaeologie, ziet in Cortés c.s. de barbaarsche vernielers. Hij kàn mijn bewondering niet deelen, hij wraakt mijn werk, maar kan het - als historie der conquista - niet weerleggen.

Mijn opm. over Machiavelli zal door ieder die hem zelf kent gedeeld worden, M. was een integer man.

Alexander VI was een groot vorst, (diplomaat) grondlegger van de pauselijke macht v.d. modernen tijd. Ieder modern historicus kàn dat weten. Deze opmerkingen worden beiden door de G. als uitingen van oppervlakkigheid gebrandmerkt. Onkunde zijnerzijds. Vraagt U hem zelf zijn artikel (Weekbl. Christend. en Cultuur najaar 1934? geloof ik. Ik heb het niet bij de hand)

Overigens dit: ik ben de laatste maanden in het openbaar en in 't geniep zoo vinnig en grievend bestreden dat ik ook daarom post factum de J. niet met de stukken weerleg. Ik ben het moe.

Hoogacht[end] B.

 

Origineel: particuliere collectie

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie