E.J. van der Brugh
aan
Menno ter Braak

Tiel, 6 mei 1930

Tiel 6 Mei 1930.

 

Waarde Menno,

Mijn dank voor Het Carnaval der Burgers, waaruit ik al eens een fragment over een cathedraal in de Stem gelezen heb, en dat ik nu speciaal met de bedoeling om te zien, hoe geloovigen er af komen, met attentie zal doorlezen, - alsmede voor de vriendelijke inschrift.

Juist heb ik gisteren avond het hier nog over je gehad met je Tante. Ze waren naar Eibergen geweest voor een zilveren bruiloft in de familie, maar wisten niets bijzonders te vertellen over het ontbinden van je engagement. Dat gaat ook niemand verder aan, maar het interesseert je toch, als je beide menschen kent, al was het maar alleen al, om te controleeren, of je kijk op de betrokken personen wordt bevestigd of gelogenstraft. En het zijn en blijven ervaringen, die moeilijk te verwerken zijn. De verzorging van je jongste geesteskind, dat juist het licht aanschouwd heeft, neemt nu gelukkig je vrijen tijd in beslag. En intusschen voltrekt zich onderbewust het proces van de assimilatie van de ervaring met je persoonlijkheid. Ik wil hopen, dat die er geen nadeel van ondervindt.

Je hebt nog een carnaval vergeten: dat der wijsgeeren. Dat heb ik in Den Haag meegemaakt, in den vorm van het Hegel-congres, eindigend met een diner en een Ausflug naar de bloemenvelden. Het congres zelf was heel interessant. Je viel er over de binnen- en buitenlandsche beroemdheden van 1ste, 2de enz. grootte. En we zaten in de grafelyke zaal, door den minister van Onderwijs, een ex-schoolhoofd, in een lucide oogenblik afgestaan. Daar heb ik dan de wijsheid op den troon zien zitten, zooals Hegel eens die Weltseele door de straten van Jena te paard zag rijden. Een zoo enorm feit, dat het alleen een tocht naar Den Haag waard was. Aan het diner werden we weer natuurlijke menschen, al waren de speeches geestiger dan gewoonlijk. Het totaal was een welkome verfrissching voor iemand, die niet zoo maar reisjes naar Kopenhagen uit zijn mouw en zijn beurs schudt.

Vale

t.t.

E.J. v.d. Brugh

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie